Voorschriften

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

 

                                                                                              252.00.02.30.00.vrs                                                                           


Inhoudsopgave

Algemene bepalingen                                                                    3

Artikel 1       Begripsbepalingen                                                       3

Artikel 2       Wijze van meten                                                           9

Artikel 3       Anti-cumulatiebepaling                                                10

Artikel 4       Aanvullende werking bouwverordening                         11

Bestemmingsbepalingen                                                              13

Artikel 5       Kantoren                                                                    13

Artikel 6       Bedrijfsdoeleinden B I                                                 15

Artikel 7       Bedrijfsdoeleinden B II                                                18

Artikel 8       Bedrijfsdoeleinden B III                                               22

Artikel 9       Woondoeleinden                                                        25

Artikel 10      Verkeersdoeleinden                                                    27

Artikel 11      Verkeers- en verblijfsdoeleinden                                  28

Artikel 12      Water                                                                         29

Artikel 13      Waterstaatsdoeleinden                                                30

Zonevoorschriften                                                                        31

Artikel 14      Zone ten behoeve van het waterschapsbelang             31

Artikel 15      Vrijwaringszone                                                          33

Artikel 16      Zone ten behoeve van de hoofdrioolpersleiding           34

Artikel 17      Zone ten behoeve van de aardgastransportleiding        36

Artikel 18      Zone ten behoeve van de drinkwaterleiding                  38

Artikel 19      Zone ten behoeve van de archeologische waarden       40

Artikel 20      Zone ten behoeve van externe veiligheid                      42

Algemene voorschriften en overgangsbepalingen                        43

Artikel 21      Algemene gebruiksbepaling                                        43

Artikel 22      Algemene vrijstellingen                                               44

Artikel 23      Algemene wijzigingsbevoegdheid                                45

Artikel 24      Procedurevoorschriften                                               46

Artikel 25      Overgangsbepalingen voor bouwwerken                      47

Artikel 26      Overgangsbepalingen voor het gebruik                        48

Artikel 27      Strafbare feiten                                                          49

Artikel 28      Titel                                                                           50

Bijlagen                                                                                          

 


Algemene bepalingen

Artikel 1         Begripsbepalingen

In deze voorschriften wordt verstaan onder:

 

1.         aanlegvergunning
een vergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

2.         ander werk

-                 een werk, geen bouwwerk zijnde;

-                 een werkzaamheid, geen bouwwerkzaamheid zijnde.

3.         bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde;

4.         bebouwingsgrens
een op de plankaart aangegeven lijn, die niet door bebouwing mag worden overschreden, behoudens krachtens deze voorschriften toegelaten afwijkingen;

5.         bebouwingsvlak
een op de plankaart door bebouwingsgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waarop bebouwing is toegelaten;

6.         bedrijf aan huis
het beroepsmatig door een bewoner van de woning waarbij het gebouw behoort verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate blijft behouden;

7.         bedrijfsverzamelgebouw
gebouw dat geschikt is voor het huisvesten van meerdere ondernemingen, welke zijn ondergebracht in dezelfde hoofdbouwmassa en waarbij gebruik wordt gemaakt van gemeenschappelijke voorzieningen;

8.         bedrijfswoning/dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bestemd voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daarin, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;

9.         beperkt kwetsbaar object:
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;

10.       beroep aan huis
het beroepsmatig verlenen van diensten door een bewoner van de woning waarbij het gebouw behoort, op admini­stratief, juridisch, medisch, therapeu­tisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, niet bestaande uit ambachtelijke activiteiten en/of detailhandelsactiviteit;

11.       bestaand aantal hoofdgebouwen
het aantal hoofdgebouwen dat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan bestaat of in uitvoering is of dat na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een bouwvergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend;

12.       bestaand bouwwerk
een bouwwerk dat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan bestaat of in uitvoering is of dat na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een bouwvergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend;

13.       bestemmingsgrens
een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens aanduidt van een bestemmingsvlak;

14.       bestemmingsvlak
een op de plankaart door bestemmingsgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangegeven met eenzelfde bestemming;

15.       bijgebouw
een niet voor bewoning bestemd vrijstaand dan wel aangebouwd gebouw, dat een gebruikseenheid vormt met en dienstbaar is aan een hoofdgebouw;

16.       bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

17.       bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, onder welk gedeelte niet is begrepen een vliering of onderbouw;

18.       bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

19.       bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

20.       detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

21.       extensieve recreatie
vormen van recreatief medegebruik, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen;

22.       gebouw
elk bouwwerk, dat (een) voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten, ruimte(n) vormt;

23.       grootschalige detailhandel
detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling in de vorm van de verkoop van auto’s, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair en naar de aard daarmee gelijk te stellen artkelen;

24.       hoofdgebouw
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

25.       indelingslijn
een op de plankaart als zodanig aangegeven lijn, die de grens vormt tussen delen van de bestemmingsvlakken en/of bebouwingsvlakken waarvoor een verschil in maatvoering en/of gebruik geldt;

26.       insteek
de lijn waar het talud van een water en het maaiveld elkaar snijden of geacht worden elkaar te snijden;

27.       kantoor
een gebouw dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen;

28.       kwetsbaar object
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, die in acht moet worden genomen;

 

29.       nadere eis
een nadere eis als bedoeld in artikel 15 lid 1 sub b van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

30.       normaal onderhoud
werkzaamheden met het doel objecten in zodanige conditie te houden of te brengen dat voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt;

31.       onderbouw
een voor mensen toegankelijke ruimte, gelegen onder de begane grondvloer van een gebouw;

32.       peil

voor een bouwwerk op een perceel waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:

-            de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

voor een bouwwerk op een perceel waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:

-            de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

33.       plan
het bestemmingsplan Bedrijventerrein van de gemeente Urk, vervat in de plankaart met de bijbehorende verklaring en deze voorschriften;

34.       plankaart
de kaart van het bestemmingsplan Bedrijventerrein, bestaande uit 1 kaartblad, nummer 252.00.02.30.C01;

 

35.       praktijk- en/of kantoorruimte
een niet voor bewoning bestemd vrijstaand of aangebouwd gebouw dat uitsluitend dienstbaar is aan de uitoefening van een beroep aan huis;

36.       prostituee
degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

37.       prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

38.       raamprostitutie
een vorm van prostitutie waarbij de werving van klanten geschiedt door een prostituee die door houding, gebaren, kleding of anderszins vanuit een vitrine de aandacht op zich vestigt en waarbij de seksuele handelingen in een voor het publiek besloten ruimte plaatsvinden;

39.       risicovolle inrichting:
een inrichting waarbij ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden ten opzichte van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

40.       seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte (hieronder wordt mede begrepen een voer- of vaartuig), waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf waaronder begrepen een seksclub, een privé-huis, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

41.       servicecentrum
een bedrijf dat of combinatie van bedrijven die activiteiten verricht/verrichten ten behoeve van de bedrijfsvoering vanweg het bedrijventerrein, bestaande uit bijvoorbeeld een tankstation (exclusief LPG), garagebedrijf, horeca-accommodaties (een hotel, pension met keuken, restaurant, cafetaria, snackbar, viskraam, bar met eventuele dansgelegenheid, cateringbedrijf), vergader- en expositieruimte, kopieerinrichting en dergelijke, met bijbehorende parkeerplaatsen en terreinen;

 

42.       voorgevelrooilijn
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;

 

43.       vrijstelling
een vrijstelling als bedoeld in artikel 15 lid 1 sub a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

44.       wijziging
een wijziging als bedoeld in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

45.       woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

46.       woonhuis
een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

47.       zone
een in het plan als zodanig aangegeven gebied, waarvoor speciale, aanvullende bepalingen gelden in verband met de afweging van alle in het geding zijnde belangen;

 

Onder gebruiken wordt mede begrepen: het in gebruik geven en het laten gebruiken.

Onder uitvoeren wordt mede begrepen: het doen uitvoeren en het laten uitvoeren.


Artikel 2         Wijze van meten

Bij de toepassing van de voorschriften van het plan wordt als volgt gemeten:

 

1.     de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.     de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

3.     de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van kleine bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

4.     de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

5.     het bebouwingspercentage
de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen op een bestemmingsvlak, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van dat bestemmingsvlak of van een bebouwingsvlak indien dat in de voorschriften wordt aangegeven.

Voor wat betreft (bedrijfs-)woningen wordt bij de toepassing van de bepalingen van lid 1 niet meegerekend voor de:

-          inhoud of oppervlakte
bijgebouwen;

-          hoogte
ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, masten, lichtkoepels, windvanen en daksierelementen;

 

 

Artikel 3         Anti-cumulatiebepaling

Grond welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een bouwvergunning waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 


Artikel 4         Aanvullende werking bouwverordening

De voorschriften van de bouwverordening ten aanzien van de onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven, voor zover aangegeven in deze voorschriften, overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen:

a.     de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer en brandblusvoorzieningen;

b.    de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;

c.     de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden;

d.    de ruimte tussen bouwwerken.

 

 


Bestemmingsbepalingen

Artikel 5         Kantoren

1.         Doeleindenomschrijving

De op de plankaart voor ‘kantoren’ aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren met de daarbijbehorende bouwwerken, verhardingen, parkeerplaatsen, groenvoorzieningen, water en nutsvoorzieningen.

 

Dienstwoningen zijn niet toegestaan.  

2.         Bouwvoorschriften

De bebouwing dient te voldoen aan de volgende voorschriften:

a.     gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande, dat de afstand tussen gebouwen en de van de weg afgekeerde erfgrens en van de zijgrens nergens minder dan 2 m bedraagt en dat de afstand tussen gebouwen op hetzelfde perceel nergens minder dan 4 m bedraagt;

b.    de hoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 12 m;

c.     het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 70%.

 

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen te voldoen aan het volgende voorschrift:

d.    de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte van palen en masten niet meer dan 10 m mag bedragen.

3.         Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing met het oog op de parkeermogelijkheden op het perceel.

4.         Verwijzingsbepaling

Het bepaalde in artikel 4 is van toepassing. 

5.         Vrijstellingen

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in:

a.     lid 2 onder b voor een hoogte van niet meer dan 15 m indien de bedrijfsvoering zulks noodzakelijk maakt;

b.    lid 2 onder b en d voor het overschrijden van de hoogte met niet meer dan 8 m ten behoeve van de plaatsing van windturbines midden op het dakvlak op gebouwen;

c.     lid 2 onder c voor een bebouwingspercentage per bouwperceel van niet meer dan 80%;

d.    lid 2 onder d ten behoeve van de bouw van antennes tot een
hoogte van niet meer dan 25 m.

 

 


Artikel 6         Bedrijfsdoeleinden B I

1.         Doeleindenomschrijving

De op de plankaart voor ‘bedrijfsdoeleinden B I’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.     bedrijven volgens SBI-code 15 voor zover deze voorkomen in de categorieën 3 en 4 die zijn genoemd in de bij deze voorschriften behorende bijlage ‘Staat van bedrijfsactiviteiten A’;

b.    bedrijfswoningen uitsluitend voor zover deze per adres als zodanig zijn opgenomen in de bij deze voorschriften behorende bijlage ‘Bedrijfswoningen’.

met de daarbijbehorende bouwwerken, verhardingen, parkeer-, opslag-, los- en laadplaatsen, groenvoorzieningen, water en nutsvoorzieningen.

 

Op grond van artikel 41 van de Wet geluidhinder aangewezen bedrijven als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, nr. 50) zijn niet toegestaan.

2.         Bouwvoorschriften

De bedrijfsgebouwen dienen te voldoen aan de volgende voorschriften:

a.     gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande, dat de afstand tussen gebouwen en de van de weg afgekeerde erfgrens en van de zijgrens nergens minder dan 2 m bedraagt en dat de afstand tussen gebouwen op hetzelfde perceel nergens minder dan 4 m bedraagt;

b.    de hoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 12 m;

c.     het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 70%;

d.    per bedrijfsvestiging mag de oppervlakte van niet zelfstandige kantoren niet meer bedragen dan 35% van het totale bedrijfsvloeroppervlak, met een maximum van 3000 m2;

e.     bedrijfsverzamelgebouwen zijn niet toegestaan.

 

De bedrijfswoningen die zijn toegestaan ingevolge het bepaalde in

lid 1 onder b dienen te voldoen aan de volgende voorschriften:

f.     de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3;

g.    de goothoogte van een bedrijfswoning, welke niet in de bouwmassa van het bedrijfsgebouw is opgenomen, mag niet meer bedragen dan 6 m en de hoogte niet meer dan 9 m;

h.     bij een bedrijfswoning zijn aan- en bijgebouwen toegestaan met een goothoogte van niet meer dan 3 m en een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 50 m2;

 

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen te voldoen aan het volgende voorschrift:

i.      de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte van palen en masten niet meer dan 10 m mag bedragen.

3.         Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing met het oog op de parkeermogelijkheden op het perceel.

4.         Verwijzingsbepaling

Het bepaalde in artikel 4 is van toepassing. 

5.         Vrijstellingen

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in:

a.     lid 1 onder a voor de vestiging van bedrijven, genoemd in een naast hogere categorie dan wel bedrijven welke niet genoemd zijn in de bijlage ‘Staat van bedrijfsactiviteiten A’, mits de bedrijfsactiviteiten naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn aan de ingevolge lid 1 onder a toegestane bedrijven, mits de bedrijfsactiviteiten geen beperkingen teweegbrengen voor de bedrijfsvoering van bedrijven met SBI-code 15 en mits het geen op grond van artikel 41 van de Wet geluidhinder aangewezen bedrijven als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer betreft;

b.    lid 1 ten behoeve van detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen als ondergeschikte nevenactiviteit waarbij niet meer dan 10% van het totale bedrijfsvloeroppervlak mag worden gebruikt met een maximum van 100 m2;

c.     lid 1 onder b voor het bouwen van inpandige bedrijfswoningen, met inachtneming van de volgende voorschriften:

1.     per bedrijfsvestiging mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd, mits de grootte van het bouwperceel tenminste 5000 m2 bedraagt en de bedrijfswoning, inclusief aan- en bijgebouwen, in de bouwmassa van het bedrijfsgebouw wordt opgenomen;

2.     de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) ingevolge het bepaalde in de Wet geluidhinder dient in acht te worden genomen;

3.     de wettelijke afstandseisen ten opzichte van risicovolle inrichtingen worden in acht genomen;

4.     de inhoud van de bedrijfswoning, inclusief aan- en bijgebouwen, mag niet meer bedragen dan 850 m3;

5.     een bedrijfswoning mag slechts worden gebouwd tegelijk met of na het tot stand komen van het bijbehorende bedrijfsgebouw;

6.     vrijstelling wordt slechts verleend indien gedeputeerde staten vooraf hebben verklaard tegen verlening geen bezwaar te hebben.

d.    lid 2 onder b voor een hoogte van niet meer dan 15 m indien de bedrijfsvoering zulks noodzakelijk maakt;

e.     lid 2 onder b voor een hoogte van niet meer dan 17 m indien de bedrijfsvoering zulks noodzakelijk maakt, ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen met een oppervlakte van niet meer dan 20% van de oppervlakte van gebouwen met een maximum van 400 m²;

f.     lid 2 onder b en i voor het overschrijden van de hoogte met niet meer dan 8 m ten behoeve van de plaatsing van windturbines midden op het dakvlak op gebouwen;

g.    lid 2 onder c voor een bebouwingspercentage per bouwperceel van niet meer dan 80%;

h.     lid 2 onder e voor bedrijfsverzamelgebouwen, mits de vloeroppervlakte per bedrijf niet minder dan 100 m2 bedraagt;

i.      lid 2 onder i ten behoeve van de bouw van antennes tot een
hoogte van niet meer dan 25 m.

 

 


Artikel 7         Bedrijfsdoeleinden B II

1.         Doeleindenomschrijving

De op de plankaart voor ‘bedrijfsdoeleinden B II’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.     bedrijven, met uitzondering van de bedrijfsactiviteiten volgens SBI-code 15, in de categorieën 3 en 4 die zijn genoemd in de bij deze voorschriften behorende bijlage ‘Staat van bedrijfsactiviteiten A’, met dien verstande, dat, waar zulks op de plankaart is aangegeven, uitsluitend bedrijven in de categorieën 1, 2 en 3 zijn toegestaan, met uitzondering van de bedrijfsactiviteiten volgens SBI-code 15;

b.    bedrijven voor zover deze voorkomen in categorieën die afwijken van het bepaalde onder a, uitsluitend voor zover deze per bedrijfsactiviteit en per adres als zodanig zijn opgenomen in de bij deze voorschriften behorende bijlage ‘Bedrijven in afwijkende categorie’;

c.     bedrijfswoningen uitsluitend voor zover deze per adres als zodanig zijn opgenomen in de bij deze voorschriften behorende bijlage ‘Bedrijfswoningen’;

d.    detailhandel waar dit op de plankaart als zodanig is aangegeven;

e.     een verkooppunt voor motorbrandstoffen inclusief LPG waar dit op de plankaart als zodanig is aangegeven,

met de daarbijbehorende bouwwerken, verhardingen, parkeer-, opslag-, los- en laadplaatsen, groenvoorzieningen, water en nutsvoorzieningen.

 

Op grond van artikel 41 van de Wet geluidhinder aangewezen bedrijven als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, nr. 50) zijn niet toegestaan. 

2.         Bouwvoorschriften

De bebouwing dient te voldoen aan de volgende voorschriften:

a.     gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande, dat de afstand tussen gebouwen en de van de weg afgekeerde erfgrens en van de zijgrens nergens minder dan 2 m bedraagt en dat de afstand tussen gebouwen op hetzelfde perceel nergens minder dan 4 m bedraagt;

b.    de hoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 12 m;

c.     het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 70%;

d.    per bedrijfsvestiging mag de oppervlakte van niet zelfstandige kantoren niet meer bedragen dan 35% van het totale bedrijfsvloeroppervlak, met een maximum van 3000 m2, met dien verstande, dat dit percentage en deze oppervlakte mogen worden overschreden tot maximaal 50% op gronden die blijkens de plankaart zijn bestemd voor bedrijven in de categorieën 1, 2 en 3;

e.     bedrijfsverzamelgebouwen zijn niet toegestaan.

 

De bedrijfswoningen die zijn toegestaan ingevolge het bepaalde in

lid 1 onder c dienen te voldoen aan de volgende voorschriften:

f.          de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3;

g.         de goothoogte van een bedrijfswoning, welke niet in de bouwmassa van het bedrijfsgebouw is opgenomen, mag niet meer bedragen dan 6 m en de hoogte niet meer dan 9 m;

h.         bij een bedrijfswoning zijn aan- en bijgebouwen toegestaan met een goothoogte van niet meer dan 3 m en een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 50 m2;

 

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen te voldoen aan het volgende voorschrift:

i.           de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte van palen en masten niet meer dan 10 m mag bedragen.

3.         Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing met het oog op de parkeermogelijkheden op het perceel.

4.         Verwijzingsbepaling

Het bepaalde in artikel 4 is van toepassing. 

5.         Vrijstellingen

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in:

a.     lid 1 onder a voor de vestiging van bedrijven, genoemd in een naast hogere categorie dan wel bedrijven welke niet genoemd zijn in de bijlage ‘Staat van bedrijfsactiviteiten A’, mits de bedrijfsactiviteiten naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn aan de ingevolge lid 1 onder a toegestane bedrijven, mits het geen op grond van artikel 41 van de Wet geluidhinder aangewezen bedrijven als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer betreft;

b.    lid 1 ten behoeve van het vestigen van een servicepunt op het als zodanig op de plankaart aangeduide bestemmingsvlak;

c.     lid 1 ten behoeve van detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen als ondergeschikte nevenactiviteit waarbij niet meer dan 10% van het totale bedrijfsvloeroppervlak mag worden gebruikt met een maximum van 100 m2;

d.    lid 1 ten behoeve van de vestiging van grootschalige detailhandelsbedrijven, met inachtneming van de volgende voorschriften:

  1. het betreft uitsluitend de gronden die op de plankaart nader met ‘voorzieningen’ zijn aangeduid;
  2. de omvang per vestiging bedraagt tenminste 1.500 m2 bedrijfsvloeroppervlak;

e.     lid 1 onder c voor het bouwen van inpandige bedrijfswoningen, met inachtneming van de volgende voorschriften:

1.     per bedrijfsvestiging mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd, mits de grootte van het bouwperceel tenminste 5000 m2 bedraagt en de bedrijfswoning, inclusief aan- en bijgebouwen, in de bouwmassa van het bedrijfsgebouw wordt opgenomen;

2.     de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) ingevolge het bepaalde in de Wet geluidhinder dient in acht te worden genomen;

3.     de wettelijke afstandseisen ten opzichte van risicovolle inrichtingen worden in acht genomen;

4.     de inhoud van de bedrijfswoning, inclusief aan- en bijgebouwen, mag niet meer bedragen dan 850 m3;

5.     een bedrijfswoning mag slechts worden gebouwd tegelijk met of na het tot stand komen van het bijbehorende bedrijfsgebouw;

6.     vrijstelling wordt slechts verleend indien gedeputeerde staten vooraf hebben verklaard tegen verlening geen bezwaar te hebben;

f.     lid 2 onder b voor een hoogte van niet meer dan 15 m indien de bedrijfsvoering zulks noodzakelijk maakt;

g.    lid 2 onder b voor een hoogte van niet meer dan 17 m, indien de bedrijfsvoering zulks noodzakelijk maakt, ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen met een oppervlakte van niet meer dan 20% van de oppervlakte van gebouwen met een maximum van 400 m2;

h.     lid 2 onder b en j voor het overschrijden van de hoogte met niet meer dan 8 m ten behoeve van de plaatsing van windturbines midden op het dakvlak op gebouwen;

i.      lid 2 onder c voor een bebouwingspercentage per bouwperceel van niet meer dan 80%;

j.      lid 2 onder f voor bedrijfsverzamelgebouwen, mits de vloeroppervlakte per bedrijf niet minder dan 100 m2 bedraagt;

k.     lid 2 onder j ten behoeve van de bouw van antennes tot een hoogte van niet meer dan 25 m.

 


Artikel 8         Bedrijfsdoeleinden B III

1.         Doeleindenomschrijving

De op de plankaart voor ‘bedrijfsdoeleinden B III’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.     bedrijven in de categorieën 3 en 4 die zijn genoemd in de bij deze voorschriften behorende bijlage ‘Staat van bedrijfsactiviteiten B’, met dien verstande, dat, waar zulks op de plankaart is aangegeven, uitsluitend bedrijven in de categorieën 1, 2 en 3 zijn toegestaan;

b.    bedrijven voor zover deze voorkomen in categorieën die afwijken van het bepaalde onder a, uitsluitend voor zover deze per bedrijfsactiviteit en per adres als zodanig zijn opgenomen in de bij deze voorschriften behorende bijlage ‘Bedrijven in afwijkende categorie’;

c.     bedrijfswoningen uitsluitend voor zover deze per adres als zodanig zijn opgenomen in de bij deze voorschriften behorende bijlage ‘Bedrijfswoningen’;

d.    detailhandel waar dit op de plankaart als zodanig is aangegeven;

e.     een verkooppunt voor motorbrandstoffen inclusief LPG waar dit op de plankaart als zodanig is aangegeven,

met de daarbijbehorende bouwwerken, verhardingen, parkeer-. opslag-, los- en laadplaatsen, groenvoorzieningen, water en nutsvoorzieningen.

 

Op grond van artikel 41 van de Wet geluidhinder aangewezen bedrijven als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, nr. 50) zijn niet toegestaan.

2.         Bouwvoorschriften

De bebouwing dient te voldoen aan de volgende voorschriften:

a.     gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande, dat de afstand tussen gebouwen en de van de weg afgekeerde erfgrens en van de zijgrens nergens minder dan 2 m bedraagt en dat de afstand tussen gebouwen op hetzelfde perceel nergens minder dan 4 m bedraagt;

b.    de hoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 12 m;

c.     het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 70%;

d.    per bedrijfsvestiging mag de oppervlakte van niet zelfstandige kantoren niet meer bedragen dan 35% van het totale bedrijfsvloeroppervlak, met een maximum van 3000 m2, met dien verstande, dat dit percentage en deze oppervlakte mogen worden overschreden, op gronden die blijkens de plankaart zijn bestemd voor bedrijven in de categorieën 1, 2 en 3, tot maximaal 50%;

e.     bedrijfsverzamelgebouwen zijn niet toegestaan;

 

De bedrijfswoningen die zijn toegestaan ingevolge het bepaalde in

lid 1 onder c dienen te voldoen aan de volgende voorschriften:

f.     de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3;

g.    de goothoogte van een bedrijfswoning, welke niet in de bouwmassa van het bedrijfsgebouw is opgenomen, mag niet meer bedragen dan 6 m en de hoogte niet meer dan 9 m;

h.     bij een bedrijfswoning zijn aan- en bijgebouwen toegestaan met een goothoogte van niet meer dan 3 m en een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 50 m2;

 

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen te voldoen aan het volgende voorschrift:

i.      de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte van palen en masten niet meer dan 10 m mag bedragen.

3.         Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing met het oog op de parkeermogelijkheden op het perceel.

4.         Verwijzingsbepaling

Het bepaalde in artikel 4 is van toepassing. 

5.         Vrijstellingen

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in:

a.     lid 1 onder a voor de vestiging van bedrijven, genoemd in een naast hogere categorie dan wel bedrijven welke niet genoemd zijn in de bijlage ‘Staat van bedrijfsactiviteiten B’, mits de bedrijfsactiviteiten naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn aan de ingevolge lid 1 onder a toegestane bedrijven, mits de bedrijfsactiviteiten geen beperkingen teweegbrengen voor de bedrijfsvoering van bedrijven met SBI-code 15 en mits het geen op grond van artikel 41 van de Wet geluidhinder aangewezen bedrijven als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer betreft;

b.    lid 1 ten behoeve van detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen als ondergeschikte nevenactiviteit waarbij niet meer dan 10% van het totale bedrijfsvloeroppervlak mag worden gebruikt met een maximum van 100 m2;

c.     lid 1 onder c voor het bouwen van bedrijfswoningen, met inachtneming van de volgende voorschriften:

1.     per bedrijfsvestiging mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd, mits de grootte van het bouwperceel tenminste 5000 m2 bedraagt en de bedrijfswoning, inclusief aan- en bijgebouwen, in de bouwmassa van het bedrijfsgebouw wordt opgenomen;

2.     de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) ingevolge het bepaalde in de Wet geluidhinder dient in acht te worden genomen;

3.     de wettelijke afstandseisen ten opzichte van risicovolle inrichtingen worden in acht genomen;

4.     de inhoud van de bedrijfswoning, inclusief aan- en bijgebouwen, mag niet meer bedragen dan 850 m3;

5.     een bedrijfswoning mag slechts worden gebouwd tegelijk met of na het tot stand komen van het bijbehorende bedrijfsgebouw;

6.     vrijstelling wordt slechts verleend indien gedeputeerde staten vooraf hebben verklaard tegen verlening geen bezwaar te hebben;

d.    lid 2 onder b voor een hoogte van niet meer dan 15 m indien de bedrijfsvoering zulks noodzakelijk maakt;

e.     lid 2 onder b voor een hoogte van niet meer dan 17 m indien de bedrijfsvoering zulks noodzakelijk maakt, ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen met een oppervlakte van niet meer dan 20% van de oppervlakte van gebouwen met een maximum van 400 m²;

f.     lid 2 onder b en i voor het overschrijden van de hoogte met niet meer dan 8 m ten behoeve van de plaatsing van windturbines midden op het dakvlak op gebouwen;

g.    lid 2 onder c voor een bebouwingspercentage per bouwperceel van niet meer dan 80%;

h.     lid 2 onder e voor bedrijfsverzamelgebouwen, mits de vloeroppervlakte per bedrijf niet minder bedraagt dan 100 m2;

i.      lid 2 onder i ten behoeve van de bouw van antennes tot een
hoogte van niet meer dan 25 m. 

 

 

 

 

 


Artikel 9         Woondoeleinden

1.         Doeleindenomschrijving

De op de plankaart voor ‘woondoeleinden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.     woonhuizen;

b.    aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
met de daarbijbehorende:

c.     tuinen en erven;

d.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2.         Bouwvoorschriften

a.     Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende
bepalingen:

1.     als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd;

2.     per hoofdgebouw mag de inhoud niet meer bedragen dan 600m³;

3.     het aantal hoofdgebouwen mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan het bestaande aantal;

4.     de goothoogte en bouwhoogte van een hoofdgebouw mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 10 m.

 

b.    Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen:

1.     aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel in of achter het verlengde daarvan worden gebouwd;

2.     de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen bij een hoofdgebouw mag niet meer dan 75 m² bedragen, met dien verstande, dat wanneer het oppervlak van de bij de woning behorende grond groter is dan 1000 m2 de oppervlakte niet meer dan 90 m2 mag bedragen;

3.     de goothoogte van een aan- en uitbouw en een bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen.

 

c.     Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

1.     de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 m mag bedragen;

2.     de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen.

3.         Karakteristieke bouwwerken

a.     Indien een bouwwerk op de plankaart nader is aangegeven als ‘karakteristiek bouwwerk’, dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door goothoogte, nokhoogte, nokrichting, dakvorm en dakhelling, alsmede de situering op het perceel, zoals deze was op 15 december 2006, gehandhaafd te worden.

b.    Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde onder a, voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in lid 2 voor het betrokken bouwwerk, indien:

1.     het bouwwerk teniet is gegaan door een calamiteit en/of

2.     handhaving van het bepaalde onder a niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van het bouwwerk en door middel van financiële tegemoetkomingen of anderszins de onevenredig nadelige gevolgen voor de eigenaar en/of gebruiker niet opgeheven kunnen worden.

4.         Verwijzingsbepaling

Het bepaalde in artikel 4 is van toepassing. 

5.         Vrijstellingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in :

a.     lid 1 voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, onder de volgende voorwaarden:

1.     de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening;

2.     de woonfunctie moet in ruimtelijke en visuele zin primair blijven;

3.     niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond mag worden gebruikt met een maximum van 45 m²;

4.     detailhandel en horeca zijn niet toegestaan;

5.     het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken en geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer hebben;

b.    lid 2 onder a 4 voor het toestaan van een grotere goothoogte van het hoofdgebouw tot niet meer dan 6 m.

 

 


Artikel 10       Verkeersdoeleinden

1.         Doeleindenomschrijving

De op de plankaart voor ‘verkeersdoeleinden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, in- en uitvoegstroken, water, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen.

2.         Bouwvoorschriften

Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een hoogte van niet meer dan 10 m, met dien verstande, dat de hoogte van erfafscheidingen niet meer dan 2,5 m mag bedragen.

3.         Wijzigingsbevoegdheid

Met toepassing van het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen ten behoeve van het inrichten van de noordzijde van de Urkervaart als ecologische verbindingszone. Het betreft gronden langs de Urkerweg, gelegen binnen een afstand van niet meer dan 15 m, gemeten uit de grens met de bestemming ‘water’.


Artikel 11       Verkeers- en verblijfsdoeleinden

1.         Doeleindenomschrijving

De op de plankaart voor ‘verkeers- en verblijfsdoeleinden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.     woonstraten;

b.    paden;

c.     parkeervoorzieningen;

d.    groenvoorzieningen;

e.     speelvoorzieningen;

f.     water.

2.         Bebouwingsbepalingen

Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden worden gebouwd met een hoogte van niet meer dan 6 m.

 


Artikel 12       Water

1.         Doeleindenomschrijving

De op de plankaart voor ‘water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.     watergangen, waterpartijen, oevers en taluds;

b.    waterhuishouding;

c.     beroepsvaart;

d.    instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende natuur- en landschapswaarden;

e.     extensief recreatief gebruik in, op en aan het water, met uitzondering van de uitoefening van watersport;

f.     bruggen waar dit op de plankaart als zodanig is aangegeven;

g.    bedrijfsgebonden activiteiten ten dienste van het aangrenzende perceel binnen het op de plankaart met ‘bedrijfsgebonden activiteiten’ aangegeven gebied.

2.         Bouwvoorschriften

Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een hoogte van niet meer dan 3 m, met uitzondering van de hoogte van bruggen, welke niet meer dan 6 m mag bedragen.

3.         Wijzigingsbevoegdheid

Met toepassing van het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen ten behoeve van het inrichten van de noordzijde van de Urkervaart als ecologische verbindingszone. Het betreft gronden langs de Urkerweg, gelegen binnen een afstand van niet meer dan

15 m, gemeten uit de grens met de bestemming ‘verkeer’.


Artikel 13       Waterstaatsdoeleinden

1.         Doeleindenomschrijving

De op de plankaart voor ‘waterstaatsdoeleinden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.     waterkering en daarbij behorende voorzieningen;

b.    fiets- en voetpaden, bermen en sloten;

c.     instandhouding en ontwikkeling van aldaar voorkomende natuur- en landschapswaarden.

2.         Bouwvoorschriften

Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een hoogte van niet meer dan 3 m.

3.         Aanlegvergunning

a.     Het is verboden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning op en in de in lid 1 bedoelde gronden de volgende andere werken uit te voeren:

1.     het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;

2.     het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur;

3.     het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen.

b.    Een aanlegvergunning als bedoeld onder a mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van het ander werk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke de aan de in lid 1 bedoelde gronden gegeven bestemming beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

c.     Geen aanlegvergunning als bedoeld onder a is vereist voor:

1.     andere werken, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;

2.     andere werken welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.


Zonevoorschriften

Artikel 14       Zone ten behoeve van het waterschapsbelang

1.     De gronden gelegen binnen 5 m uit de insteek van de Urkervaart en de Zuidermeertocht zijn tevens bestemd ten behoeve van het waterschapsbelang.

2.     Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen in afwijking van het bepaalde in de voorafgaande artikelen geen nieuwe bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een hoogte van niet meer dan 2 m, een en ander indien het waterschapsbelang hierdoor niet wordt belemmerd, in verband waarmee de waterbeheerder gehoord wordt. 

3.     Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 2 voor wat betreft het oprichten van:

a.     bebouwing, welke is toegestaan overeenkomstig de ter plaatse geldende bestemming, tot niet meer dan de helft van de voorgeschreven afstand mits geen strijd ontstaat met het waterschapsbelang, in verband waarmee het waterschap gehoord wordt;

b.    het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het waterschapsbelang, met een hoogte van niet meer dan 10 m;

4.     Het is verboden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning op en in de in lid 1 bedoelde gronden de volgende andere werken uit te voeren:

a.     het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;

b.    het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur;

c.     het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen.

5.     Een aanlegvergunning als bedoeld in lid 4 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van het ander werk dan wel door de daarvan hetzij, direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke de aan de in lid 1 bedoelde gronden gegeven bestemming beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.


6.     Geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 4 is vereist voor:

a.     andere werken, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;

b.    andere werken welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.


Artikel 15       Vrijwaringszone

1.     De gronden gelegen binnen het nader op de plankaart als ‘vrijwaringszone’ aangeduide gebied zijn tevens bestemd voor een vrijwaringszone.

2.     Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen in afwijking van het bepaalde in de voorafgaande artikelen geen gebouwen worden gebouwd. 

3.     Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 2 voor wat betreft het oprichten van bebouwing overeenkomstig de ter plaatse geldende bestemming, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de vrijwaringszone.


Artikel 16       Zone ten behoeve van de hoofdrioolpersleiding

1.     De gronden gelegen binnen 3 m ter weerszijden van de op de plankaart aangegeven hoofdrioolpersleiding zijn tevens bestemd voor de bescherming van een rioolpersleiding.

2.     Op de in lid 1 bedoelde gronden mag in afwijking van het bepaalde in de voorafgaande artikelen niet worden gebouwd met uitzondering van gebouwtjes ten behoeve van het leidingbeheer, met per gebouwtje een maximale bebouwde oppervlakte van
100 m².  

3.     Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 2 voor wat betreft het oprichten van bebouwing overeenkomstig de ter plaatse geldende bestemming, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de rioolpersleiding, in verband waarmee de leidingbeheerder wordt gehoord.

4.     Het is verboden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning op en in de in lid 1 bedoelde gronden de volgende andere werken uit te voeren:

a.     het vergraven en egaliseren van gronden;

b.    het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;

c.     het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;

d.    het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur;

e.     het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen.

5.     Een aanlegvergunning als bedoeld in lid 4 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van het ander werk dan wel door de daarvan hetzij, direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke de aan de in lid 1 bedoelde gronden gegeven bestemming beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.


6.     Geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 4 is vereist voor:

a.     andere werken, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;

b.    andere werken welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.


Artikel 17       Zone ten behoeve van de aardgastransportleiding

1.     De gronden gelegen binnen 20 m ter weerszijden van de op de plankaart aangegeven aardgastransportleiding zijn tevens bestemd voor de bescherming van een aardgastransportleiding.

2.     Op de in lid 1 bedoelde gronden mag in afwijking van het bepaalde in de voorafgaande artikelen niet worden gebouwd met uitzondering van gebouwtjes ten behoeve van het leidingbeheer, met per gebouwtje een maximale bebouwde oppervlakte van
100 m².

3.     Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 2 voor wat betreft het oprichten van bebouwing overeenkomstig de ter plaatse geldende bestemming, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de aardgastransportleiding, in verband waarmee de leidingbeheerder wordt gehoord. 

4.     Het is verboden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning op en in de in lid 1 bedoelde gronden de volgende andere werken uit te voeren:

a.     het vergraven en egaliseren van gronden;

b.    het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;

c.     het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;  

d.    het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur;

e.     het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen.

5.     Een aanlegvergunning als bedoeld in lid 4 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van het ander werk dan wel door de daarvan hetzij, direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke de aan de in lid 1 bedoelde gronden gegeven bestemming beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.


6.     Geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 4 is vereist voor:

a.     andere werken, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;

b.    andere werken welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.

 


Artikel 18       Zone ten behoeve van de drinkwaterleiding

1.     De gronden gelegen binnen 5 m ter weerszijden van de op de plankaart aangegeven drinkwaterleiding zijn tevens bestemd voor de bescherming van een drinkwaterhoofdtransportleiding.

2.     Op de in lid 1 bedoelde gronden mag,in afwijking van het bepaalde in de voorafgaande artikelen, niet worden gebouwd met uitzondering van gebouwtjes ten behoeve van het leidingbeheer, met per gebouwtje een maximale bebouwde oppervlakte van
100 m².

3.     Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 2 voor wat betreft het oprichten van bebouwing, overeenkomstig de ter plaatse geldende bestemming, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de drinkwaterhoofdtransportleiding, in verband waarmee de leidingbeheerder wordt gehoord. 

4.     Het is verboden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning op en in de in lid 1 bedoelde gronden de volgende andere werken uit te voeren:

a.     het vergraven en egaliseren van gronden;

b.    het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;

c.     het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; 

d.    het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur;

e.     het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen.

5.     Een aanlegvergunning als bedoeld in lid 4, mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van het ander werk dan wel door de daarvan hetzij, direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke de aan de in lid 1 bedoelde gronden gegeven bestemming beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.


6.     Geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 4 is vereist voor:

a.     andere werken, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;

b.    andere werken welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.

 


Artikel 19       Zone ten behoeve van de archeologische waarden

1.     De gronden gelegen binnen de op de plankaart voor ‘zone ten behoeve van de archeologische waarden’ aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden.

2.     Het is verboden op of in de in lid 1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

a.     het vergraven en egaliseren van gronden;

b.    het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;

c.     het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;

d.    het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen;

e.     het aanbrengen van leidingen, constructies, installaties en apparatuur;

f.     het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen;

g.    werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tengevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten.

3.     Een aanlegvergunning als bedoeld onder a mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;

4.     Geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 2 is vereist voor:

-          werken en werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;

-          werken en werkzaamheden welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;

5.     Met toepassing van het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen, in die zin dat de plankaart wordt gewijzigd, door op één of meer locaties de ’zone ten behoeve van de archeologische waarden’ als bedoeld in lid 1 te verwijderen, indien:

a.         uit nader onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn;

b.         het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan voorziet in de bescherming van deze waarden;

6.     Met toepassing van het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen, in die zin dat de plankaart wordt gewijzigd door één of meer locaties te bestemmen voor ’zone ten behoeve van de archeologische waarden’ als bedoeld in lid 1, indien uit nader onderzoek is gebleken, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

 


Artikel 20       Zone ten behoeve van externe veiligheid

1.     Op de gronden, gelegen binnen de op de plankaart aangegeven ‘zone ten behoeve van externe veiligheid’ zijn uitsluitend de bestaande beperkt kwetsbare objecten toegestaan.

2.     De afstand tussen de bestaande beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in lid 1 en de risicovolle inrichting ter plaatse mag niet worden verkleind.

3.     Met toepassing van het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen burgemeester en wethouders:

a.     de op de plankaart aangegeven ‘zone ten behoeve van externe veiligheid’ voor wat betreft de ligging wijzigen of verwijderen, indien en voor zover wijziging of beëindiging van de bedrijfsvoering van de betrokken risicovolle inrichtingen, dan wel wijzigingen in de regelgeving met betrekking tot externe veiligheid daartoe aanleiding geven;

b.    een nieuwe ‘zone ten behoeve van externe veiligheid’ toevoegen op de plankaart, in geval van vestiging van nieuwe risicovolle inrichtingen ter plaatse.

 

 

 

 

 


Algemene voorschriften en overgangsbepalingen

Artikel 21       Algemene gebruiksbepaling

1.     Het is verboden de onbebouwde grond en/of de daarop aanwezige bebouwing te gebruiken of laten gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met de in het plan aan de grond gegeven bestemming.

2.     Onder verboden gebruik in verband met alle bestemmingen wordt in ieder geval verstaan een gebruik voor een seksinrichting.

3.     Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het in lid 1 gestelde verbod indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.


Artikel 22       Algemene vrijstellingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van de voorschriften van het plan ten behoeve van:

a.     het oprichten van bouwwerken voor doeleinden van openbaar nut met een oppervlakte, voor zover het een gebouw betreft, van niet meer dan 25 m² en een goothoogte van niet meer dan 3 m, in verband waarmee bij het oprichten van bedoelde bouwwerken langs een weg, de kade of een waterloop, de wegbeheerder en/of het waterschap gehoord worden;

b.    het aanbrengen van geringe wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bebouwingsgrenzen, voor zover niet zijnde bestemmingsgrenzen, mits het wijzigingen betreft ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan, waarbij belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden in de plankaart;

c.     het overschrijden van de op de plankaart en in de voorschriften aangegeven maten, minimale en maximale afmetingen van bebouwing en terreinen met niet meer dan 10%;

d.    het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van palen en masten, met een hoogte van niet meer dan
15 m, mits de noodzaak in het kader van de bedrijfsvoering wordt aangetoond;

e.     het oprichten van masten ten behoeve van telecommunicatie met een hoogte van niet meer dan 40 m.

 


Artikel 23       Algemene wijzigingsbevoegdheid

Met toepassing van het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen voor wat betreft het aanbrengen van geringe wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, mits het wijzigingen betreft ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan, waarbij belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden in de plankaart.

 


Artikel 24       Procedurevoorschriften

Bij gebruikmaking van de bevoegdheid tot wijziging van het plan ex artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is de volgende procedure van toepassing:

1.     Het ontwerpbesluit tot wijziging ligt met bijbehorende stukken gedurende 2 weken voor eenieder ter inzage:

2.     Burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging vooraf bekend door publicatie in één of meer in de gemeente verschijnende dag- of nieuwsbladen, alsmede door publicatie in de Staatscourant;

3.     De bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden om gedurende de termijn van terinzageligging schriftelijk zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen bij burgemeester en wethouders;

4.     Burgemeester en wethouders nemen zo spoedig mogelijk een beslissing. De beslissing is als tegen het ontwerpbesluit zienswijzen zijn ingediend, met redenen omkleed;

5.     Burgemeester en wethouders doen Gedeputeerde Staten hun besluit tot wijziging zo spoedig mogelijk toekomen, zulks onder toezending in voorkomend geval van de daartegen ingekomen zienswijzen;

6.     Goedkeuring van Gedeputeerde Staten is niet van toepassing, indien Gedeputeerde Staten op grond van artikel 11, zevende lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening bij goedkeuring van het plan anders hebben bepaald en tegen het ontwerp tot wijziging geen zienswijzen zijn ingediend.

 


Artikel 25       Overgangsbepalingen voor bouwwerken

1.     Een bouwwerk, dat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan bestaat, dan wel nadien wordt gebouwd of kan worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, en dat afwijkt van dit plan mag, behoudens onteigening, gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd, mits het bouwwerk niet wordt vergroot, in de aard van het bouwwerk geen verandering wordt aangebracht, tenzij deze in overeenstemming of meer in overeenstemming met het plan wordt gebracht en geen andere afwijkingen van het plan ontstaan.

2.     Een bouwwerk dat afwijkt van dit plan mag, behoudens onteigening, na teniet gaan door een calamiteit, geheel worden vernieuwd, met inachtneming van het in lid 1 bepaalde, mits de bouwaanvraag geschiedt binnen 3 jaar na de calamiteit en het bouwwerk, indien mogelijk, zodanig wordt gesitueerd dat de vóór de calamiteit bestaande afwijkingen ten aanzien van de bebouwingsgrens aan de wegzijde worden opgeheven.

3.     De bouwvergunning kan slechts worden geweigerd in verband met onteigening, indien de gemeenteraad voor de dag, waarop de aanvraag is ontvangen, een onteigeningsbesluit heeft genomen.

4.     Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 voor wat betreft de vergroting van de inhoud van de afwijkende gebouwen van 10% van de oorspronkelijke inhoud op het in lid 1 genoemde tijdstip en met inachtneming van het overige in dit artikel bepaalde, mits deze vergroting niet reeds eerder krachtens een overgangsbepaling heeft plaatsgevonden.


Artikel 26       Overgangsbepalingen voor het gebruik

1.     Een gebruik van de onbebouwde grond en/of de opstallen, dat op het tijdstip van het van kracht worden van het plan bestond en dat afwijkt van de bestemming en/of voorschriften, mag worden voortgezet en/of gewijzigd, mits het gewijzigde gebruik niet in meerdere mate gaat afwijken van het plan.

2.     Indien het gebruik als bedoeld in lid 1 gedurende een ononderbroken tijdvak van 3 jaar gestaakt is geweest, is het verboden om dit gebruik te hervatten.

3.     Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan.


Artikel 27       Strafbare feiten

Overtreding van de verboden vervat in artikel 13 lid 3, artikel 14 lid 4, artikel 16 lid 4, artikel 17 lid 4, artikel 18 lid 4, artikel 19 lid 2 en artikel 21 lid 1 is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.

 


Artikel 28       Titel

Dit plan kan worden aangehaald als ‘Bestemmingsplan Bedrijventerrein’.

 

 

 

Vastgesteld door de Raad der gemeente Urk, d.d. 31 mei 2007.

 

 

 

 

 

 

 

 

De Griffier:                                                              De Voorzitter:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                        13 juni 2007

 


Bijlagen


Tabel Bedrijfswoningen

 

Locatie

huisnr.

toev.

Plaats

behorende bij

 

Noordgat

1

a

Urk

Noordgat 1 en 3

 

Keteldiep

1

 

Urk

Keteldiep 7

 

Keteldiep

3

 

Urk

Keteldiep 7

 

Keteldiep

17

 

 

Keteldiep 19

 

Zuidoostrak

12

a en b

Urk

Zuidoostrak 12

 

Domineesweg

38

 

Urk

Schulpengat 2

 

Domineesweg

36

 

Urk

Donimeesweg 36c

 

Inschot

4

a

Urk

Inschot 4

 

Foksdiep

5

 

Urk

Foksdiep 1

 

Foksdiep

15

 

Urk

Foksdiep 13

 

Foksdiep

23

 

 

Foksdiep 21

 

Foksdiep

27

 

 

Foksdiep 25

 

Foksdiep

31

 

Urk

Foksdiep 29

 

Foksdiep

35

 

Urk

Foksdiep 33

 

Foksdiep

39

 

Urk

Foksdiep 37

 

Foksdiep

41

 

Urk

Foksdiep 43

 

Foksdiep

47

 

Urk

Foksdiep 45

 

Foksdiep

51

 

Urk

Foksdiep 49

 

Foksdiep

55

 

 

Foksdiep 53

 

Foksdiep

59

 

 

Foksdiep 57

 

Foksdiep

63

 

Urk

Foksdiep 61

 

De Hors

2

 

 

Bremerberg 2

 

Vliestroom

25

 

Urk

 

 


Staat van bedrijfsactiviteiten A

 

 

</

SBI-code

OMSCHRIJVING

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

Afst.

Cat.

 

 

 

 

 

 

 

 

01

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW

 

 

 

 

 

 

014

Dienstverlening t.b.v. de landbouw

30

10

50

10

50

3

0141.1

hoveniersbedrijven

10

10

10

10

10

1

02

BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW

 

 

 

 

 

 

020

Bosbouwbedrijven

10

10

50

0

50

3

15

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

 

 

 

 

 

 

151

Slachterijen en overige vleesverwerking:

 

 

 

 

 

 

151

- slachterijen en pluimveeslachterijen

100

0

100

30

100

3

151

- vetsmelterijen

700

0

100

30

700

5

151

- bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval

300

0

100

30

300

4

151

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken

100

0

100

50

100

3

151

- loonslachterijen

50

0

50

10

50

3

152

Visverwerkingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

152

- drogen

700

100

200

30

700

5

152

- conserveren

200

0

100

30

200

4

152

- roken

300

0

50

0

300

4

152

- verwerken anderszins

300

10

50

30

300

4

1531

Aardappelprodukten fabrieken

300

30

200

50

300

4

1532, 1533

Groente- en fruitconservenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

1532, 1533

- jam

50

10

100

10

100

3

1532, 1533

- groente algemeen

100

10

100

10

100

3

1532, 1533

- met koolsoorten

200

10

100

10

200

4

1532, 1533

- met drogerijen

300

10

200

30

300

4

1532, 1533

- met uienconservering (zoutinleggerij)

300

10

100

10

300

4

1541

Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:

 

 

 

 

 

 

1541

- p.c. < 250.000 t/j

200

30

100

30

200

4

1541

- p.c. >= 250.000 t/j

300

50

300

50

300

4

1542

Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:

 

 

 

 

 

 

1542

- p.c. < 250.000 t/j

200

10

100

100

200

4

1542

- p.c. >= 250.000 t/j

300

10

300

200

300

4

1543

Margarinefabrieken:

 

 

 

 

 

 

1543

- p.c. < 250.000 t/j

100

10

200

30

200

4

1543

- p.c. >= 250.000 t/j

300

10

300

50

300

4

1551

Zuivelprodukten fabrieken:

 

 

 

 

 

 

1551

-          gedroogde produkten,

p.c. >= 1,5 t/u

200

100

500

50

500

5

1551

- geconcentreerde produkten, verdamp. cap. >=

200

30

500

50

500

5

1551

-          melkprodukten fabrieken

v.c. < 55.000 t/j

50

0

100

30

100

3

1551

-          melkprodukten fabrieken

v.c. >= 55.000 t/j

100

0

300

50

300

4

1551

- overige zuivelprodukten fabrieken

50

50

300

50

300

4

1552

Consumptie-ijsfabrieken

50

0

100

50

100

3

1561

Grutterswarenfabrieken

50

100

200

50

200

4

1561

Meelfabrieken:

 

 

 

 

 

 

1561

- p.c. < 500 t/u

100

50

200

50

200

4

1561

- p.c. >= 500 t/u

200

100

300

100

300

4

1562

Zetmeelfabrieken:

 

 

 

 

 

 

1562

- p.c. < 10 t/u

200

50

200

30

200

4

1562

- p.c. >= 10 t/u

300

100

300

50

300

4

1571

Veevoerfabrieken:

 

 

 

 

 

 

1571

- destructiebedrijven

700

30

200

50

700

5

1571

- beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek

700

100

100

30

700

5

1571

- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoed

300

100

200

30

300

4

1571

- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoed

700

200

300

50

700

5

1571

- mengvoeder, p.c. < 100 t/u

200

50

200

30

200

4

1571

- mengvoeder, p.c. >= 100 t/u

300

100

300

50

300

4

1572

Vervaardiging van voer voor huisdieren

200

100

200

30

200

4

1581

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:

 

 

 

 

 

 

1581

- v.c. < 2500 kg meel/week

30

10

30

10

30

2

1581

- Brood- en beschuitfabrieken

100

30

100

30

100

3

1582

Banket, biscuit- en koekfabrieken

100

10

100

30

100

3

1583

Suikerfabrieken:

 

 

 

 

 

 

1583

- v.c. < 2.500 t/j

500

100

300

100

500

5

1583

- v.c. >= 2.500 t/j

1000

200

700

200

1000

5

1584

Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

 

 

 

 

 

 

1584

- Cacao- en chocoladefabrieken

500

50

100

50

500

5

1584

- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden

100

30

50

30

100

3

1584

- Suikerwerkfabrieken met suiker branden

300

30

50

30

300

4

1585

Deegwarenfabrieken

50

30

10

10

50

3

1586

Koffiebranderijen en theepakkerijen:

 

 

 

 

 

 

1586

- koffiebranderijen

500

30

200

10

500

5

1586

- theepakkerijen

100

10

30

10

100

3

1587

Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden

200

30

50

10

200

4

1589

Vervaardiging van overige voedingsmiddelen

200

30

50

30

200

4

1589.1

Bakkerijgrondstoffenfabrieken

200

50

50

50

200

4

1589.2

Bakmeel- en puddingpoederfabrieken

200

50

50

30

200

4

1589.2

Soep- en soeparomafabrieken:

 

 

 

 

 

 

1589.2

- zonder poederdrogen

100

10

50

10

100

3

1589.2

- met poederdrogen

300

50

50

50

300

4

1591

Destilleerderijen en likeurstokerijen

300

30

200

30

300

4

1592

Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:

 

 

 

 

 

 

1592

- p.c. < 5.000 t/j

200

30

200

30

200

4

1592

- p.c. >= 5.000 t/j

300

50

300

50

300

4

1593 t/m 1595

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

10

0

30

0

30

2

1596

Bierbrouwerijen

300

30

100

50

300

4

1597

Mouterijen

300

50

100

30

300

4

1598

Mineraalwater- en frisdrankfabrieken

10

0

100

10

100

3

16

VERWERKING VAN TABAK

 

 

 

 

 

 

160

Tabakverwerkende industrie

200

30

50

30

200

4

17

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL

 

 

 

 

 

 

171

Bewerken en spinnen van textielvezels

10

50

100

30

100

3

172

Weven van textiel:

 

 

 

 

 

 

172

- aantal weefgetouwen < 50

10

10

100

0

100

3

172

- aantal weefgetouwen >= 50

10

30

300

50

300

4

173

Textielveredelingsbedrijven

50

0

50

10

50

3

174, 175

Vervaardiging van textielwaren

10

0

50

10

50

3

1751

Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken

100

30

200

10

200

4

176, 177

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

0

10

50

10

50

3

18

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

 

 

 

 

 

 

181

Vervaardiging kleding van leer

30

0

50

0

50

3

182

Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

10

10

30

30

30

2

183

Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont

50

10

10

10

50

3

19

VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)

 

 

 

 

 

 

191

Lederfabrieken

300

30

100

10

300

4

192

Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)

50

10

30

10

50

3

193

Schoenenfabrieken

50

10

50

10

50

3

20

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.

 

 

 

 

 

 

2010.1

Houtzagerijen

0

50

100

10

100

3

2010.2

Houtconserveringsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

2010.2

- met creosootolie

200

30

50

10

200

4

2010.2

- met zoutoplossingen

10

30

50

10

50

3

202

Fineer- en plaatmaterialenfabrieken

100

30

100

10

100

3

203, 204

Timmerwerkfabrieken

0

30

100

0

100

3

205

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

10

30

30

0

30

2

21

VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN

 

 

 

 

 

 

2111

Vervaardiging van pulp

200

100

200

50

200

4

2112

Papier- en kartonfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2112

- p.c. < 3 t/u

50

50

50

30

50

3

2112

- p.c. 3 - 15 t/u

100

50

200

50

200

4

2112

- p.c. >= 15 t/u

200

100

300

100

300

4

212

Papier- en kartonwarenfabrieken

30

30

100

30

100

3

2121.2

Golfkartonfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2121.2

- p.c. < 3 t/u

30

30

100

30

100

3

2121.2

- p.c. >= 3 t/u

50

30

200

30

200

4

22

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

 

 

 

 

 

 

221

Uitgeverijen (kantoren)

0

0

10

0

10

1

2221

Drukkerijen van dagbladen

30

0

100

10

100

3

2222

Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)

30

0

100

10

100

3

2222.6

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

10

0

30

0

30

2

2223

Grafische afwerking

10

0

10

0

10

1

2223

Binderijen

30

0

30

0

30

2

2224

Grafische reproduktie en zetten

30

0

10

10

30

2

2225

Overige grafische aktiviteiten

30

0

30

10

30

2

223

Reproduktiebedrijven opgenomen media

10

0

10

0

10

1

23

AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN

 

 

 

 

 

 

231

Cokesfabrieken

1000

700

1000

100

1000

5

2320.2

Smeeroliën- en vettenfabrieken

50

0

100

30

100

3

2320.2

Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie

300

0

100

50

300

4

2320.2

Aardolieproduktenfabrieken n.e.g.

300

0

200

50

300

4

24

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN

 

 

 

 

 

 

2411

Vervaardiging van industriële gassen:

 

 

 

 

 

 

2411

-          luchtscheidingsinstallatie

v.c. >= 10 t/d lucht

10

0

700

50

700

5

2411

- overige gassenfabrieken, niet explosief

100

0

500

50

500

5

2411

- overige gassenfabrieken, explosief

100

0

500

300

500

5

2412

Kleur- en verfstoffenfabrieken

200

0

200

200

200

4

2413

Anorg. chemische grondstoffenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2413

- niet vallend onder ‘post-Seveso-richtlijn’

100

30

300

300

300

4

2413

- vallend onder ‘post-Seveso-richtlijn’

300

50

500

700

700

5

2414.1

Organ. chemische grondstoffenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2414.1

- niet vallend onder ‘post-Seveso-richtlijn’

300

10

200

300

300

4

2414.1

- vallend onder ‘post-Seveso-richtlijn’

1000

30

500

700

1000

5

2414.1

Methanolfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2414.1

- p.c. < 100.000 t/j

100

0

200

100

200

4

2414.1

- p.c. >= 100.000 t/j

 

 

200

0

300

200

300

4

2414.2

Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.):

 

 

 

 

 

 

2414.2

- p.c. < 50.000 t/j

300

0

200

100

300

4

2414.2

- p.c. >= 50.000 t/j

500

0

300

200

500

5

2415

Kunstmeststoffenfabrieken

500

300

500

500

500

5

2416

Kunstharsenfabrieken e.d.

700

30

300

500

700

5

242

Landbouwchemicaliënfabrieken:

 

 

 

 

 

 

242

- fabricage

300

50

100

1000

1000

5

242

- formulering en afvullen

100

10

30

500

500

5

243

Verf, lak en vernisfabrieken

300

30

200

300

300

4

2441

Farmaceutische grondstoffenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2441

- p.c. < 1.000 t/j

200

10

200

300

300

4

2441

- p.c. >= 1.000 t/j

300

10

300

500

500

5

2442

Farmaceutische produktenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2442

- formulering en afvullen geneesmiddelen

50

10

50

50

50

3

2442

- verbandmiddelenfabrieken

10

10

30

10

30

2

2451

Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken

300

100

200

100

300

4

2452

Parfumerie- en cosmeticafabrieken

300

30

50

50

300

4

2461

Kruit-, vuurwerk-, en springstoffenfabrieken

30

10

50

500

500

5

2462

Lijm- en plakmiddelenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2462

- zonder dierlijke grondstoffen

100

10

100

50

100

3

2462

- met dierlijke grondstoffen

500

30

100

50

500

5

2464

Fotochemische produktenfabrieken

50

10

100

50

100

3

2466

Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken

50

10

50

50

50

3

2466

Overige chemische produktenfabrieken n.e.g.

200

30

100

200

200

4

247

Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken

300

30

300

200

300

4

25

VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF

 

 

 

 

 

 

2511

Rubberbandenfabrieken

300

50

300

100

300

4

2512

Loopvlakvernieuwingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

2512

- vloeropp. < 100 m2

50

10

30

30

50

3

2512

- vloeropp. >= 100 m2

200

50

100

50

200

4

2513

Rubber-artikelenfabrieken

100

10

50

50

100

3

252

Kunststofverwerkende bedrijven:

 

 

 

 

 

 

252

- zonder fenolharsen

200

50

100

100

200

4

252

- met fenolharsen

300

50

100

200

300

4

26

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN

 

 

 

 

 

 

261

Glasfabrieken:

 

 

 

 

 

 

261

-          glas en glasprodukten,

p.c. < 5.000 t/j

30

30

100

30

100

3

261

-          glas en glasprodukten,

p.c. >= 5.000 t/j

30

100

300

50

300

4

261

-          glaswol en glasvezels,

p.c.< 5.000 t/j

300

100

100

30

300

4

261

-          glaswol en glasvezels,

p.c. >= 5.000 t/j

500

200

300

50

500

5

2615

Glasbewerkingsbedrijven

10

50

50

30

50

3

262, 263

Aardewerkfabrieken:

 

 

 

 

 

 

262, 263

- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW

10

50

30

10

50

3

262, 263

- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW

30

100

100

30

100

3

264

Baksteen en baksteenelementenfabrieken

30

200

200

30

200

4

264

Dakpannenfabrieken

50

200

200

30

200

4

2651

Cementfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2651

- p.c. < 100.000 t/j

10

300

500

30

500

5

2651

- p.c. >= 100.000 t/j

30

500

1000

30

1000

5

2652

Kalkfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2652

- p.c. < 100.000 t/j

30

200

200

30

200

4

2652

- p.c. >= 100.000 t/j

50

500

300

30

500

5

2653

Gipsfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2653

- p.c. < 100.000 t/j

30

200

200

30

200

4

2653

- p.c. >= 100.000 t/j

50

500

300

30

500

5

2661.1

Betonwarenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2661.1

- zonder persen, triltafels en bekistingtrille

10

100

200

30

200

4

2661.1

- met persen, triltafels of bekistingtrillers,

10

100

300

30

300

4

2661.1

- met persen, triltafels of bekistingtrillers,

30

200

700

30

700

5

2661.2

Kalkzandsteenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2661.2

- p.c. < 100.000 t/j

10

100

100

30

100

3

2661.2

- p.c. >= 100.000 t/j

30

300

300

30

300

4

2662

Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken

50

100

100

30

100

3

2663, 2664

Betonmortelcentrales:

 

 

 

 

 

 

2663, 2664

- p.c. < 100 t/u

10

100

100

10

100

3

2663, 2664

- p.c. >= 100 t/u

30

200

300

10

300

4

2665, 2666

Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips:

 

 

 

 

 

 

2665, 2666

- p.c. < 100 t/d

10

100

100

100

100

3

2665, 2666

- p.c. >= 100 t/d

30

200

300

200

300

4

267

Natuursteenbewerkingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

267

- zonder breken, zeven en drogen

0

30

100

0

100

3

267

- met breken, zeven of drogen,  

v.c. < 100.000 t/j

10

100

300

10

300

4

267

- met breken, zeven of drogen,  

v.c. >= 100.000 t/j

30

200

700

10

700

5

2681

Slijp- en polijstmiddelen fabrieken

10

50

50

10

50

3

2682

Bitumineuze materialenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2682

- p.c. < 100 t/u

300

100

100

30

300

4

2682

- p.c. >= 100 t/u

500

200

200

50

500

5

2682

Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol):

 

 

 

 

 

 

2682

- steenwol, p.c. >= 5.000 t/j

100

200

300

30

300

4

2682

- overige isolatiematerialen

200

100

100

50

200

4

2682

Minerale produktenfabrieken n.e.g.

50

100

100

50

100

3

2682

Asfaltcentrales

100

50

200

30

200

4

27

VERVAARDIGING VAN METALEN

 

 

 

 

 

 

271

Ruwijzer- en staalfabrieken:

 

 

 

 

 

 

271

- p.c. < 1.000 t/j

700

500

700

200

700

5

272

IJzeren- en stalenbuizenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

272

- p.o. < 2.000 m2

30

30

500

30

500

5

272

- p.o. >= 2.000 m2

50

100

1000

50

1000

5

273

Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen:

 

 

 

 

 

 

273

- p.o. < 2.000 m2

30

30

300

30

300

4

273

- p.o. >= 2.000 m2

50

50

700

50

700

5

274

Non-ferro-metaalfabrieken:

 

 

 

 

 

 

274

- p.c. < 1.000 t/j

100

100

300

30

300

4

274

- p.c. >= 1.000 t/j

200

300

700

50

700

5

274

Non-ferro-metaalwalserijen,

-trekkerijen e.d.:

 

 

 

 

 

 

274

- p.o. < 2.000 m2

50

50

500

50

500

5

274

- p.o. >= 2.000 m2

200

100

1000

100

1000

5

2751, 2752

IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen:

 

 

 

 

 

 

2751, 2752

- p.c. < 4.000 t/j

100

50

300

30

300

4

2751, 2752

- p.c. >= 4.000 t/j

200

100

500

50

500

5

2753, 2754

Non-ferro-metaalgieterijen/

-smelterijen:

 

 

 

 

 

 

2753, 2754

- p.c. < 4.000 t/j

100

50

300

30

300

4

2753, 2754

- p.c. >= 4.000 t/j

200

100

500

50

500

5

28

VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)

 

 

 

 

 

 

281

Constructiewerkplaatsen:

 

 

 

 

 

 

281

- gesloten gebouw

30

30

100

30

100

3

281

- in open lucht, p.o. < 2.000 m2

30

50

200

30

200

4

281

- in open lucht, p.o. >= 2.000 m2

50

200

300

30

300

4

2821

Tank- en reservoirbouwbedrijven:

 

 

 

 

 

 

2821

- p.o. < 2.000 m2

30

50

300

30

300

4

2821

- p.o. >= 2.000 m2

50

100

500

30

500

5

2822, 2830

Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels

30

30

200

30

200

4

284

Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven

10

30

200

30

200

4

284

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.

50

30

100

30

100

3

2851

Metaaloppervlaktebehandelings-bedrijven:

 

 

 

 

 

 

2851

- algemeen

50

50

100

50

50

3

2851

- scoperen (opspuiten van zink)

50

50

100

30

50

3

2851

- thermisch verzinken

100

50

100

50

100

3

2851

- thermisch vertinnen

100

50

100

50

100

3

2851

- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)

30

50

100

30

50

3

2851

- anodiseren, eloxeren

50

10

100

30

100

3

2851

- chemische oppervlaktebehandeling

50

10

100

30

100

3

2851

- emailleren

100

50

100

50

100

3

2851

- galvaniseren (vernikkelen, ver-chromen, verzinken, verkoperen ed)

30

30

100

50

30

2

2851

- stralen

30

200

200

30

200

4

2851

- metaalharden

30

50

100

50

100

3

2851

- lakspuiten en moffelen

100

30

100

50

100

3

2852

Overige metaalbewerkende industrie

10

30

100

30

100

3

287

Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:

 

 

 

 

 

 

287

- p.o. < 2.000 m2

30

50

200

30

200

4

287

- p.o. >= 2.000 m2

50

100

500

30

500

5

287

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.

30

30

100

30

100

3

29

VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN

 

 

 

 

 

 

29

Machine- en apparatenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

29

- p.o. < 2.000 m2

30

30

100

30

100

3

29

- p.o. >= 2.000 m2

50

30

200

30

200

4

29

- met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW

50

30

300

30

300

4

30

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

 

 

 

 

 

 

30

Kantoormachines- en computerfabrieken

30

10

50

30

50

3

31

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.

 

 

 

 

 

 

311

Elektromotoren- en generatorenfabrieken

200

30

30

50

200

4

312

Schakel- en installatiemateriaalfabrieken

200

10

30

50

200

4

313

Elektrische draad- en kabelfabrieken

100

10

200

50

200

4

314

Accumulatoren- en batterijenfabrieken

100

30

100

50

100

3

315

Lampenfabrieken

200

30

30

300

300

4

316

Elektrotechnische industrie n.e.g.

30

10

50

30

50

3

32

VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH.

 

 

 

 

 

 

321 t/m 323

Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d.

30

0

50

30

50

3

3210

Fabrieken voor gedrukte bedrading

50

10

50

30

50

3

33

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

 

 

 

 

 

 

33

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

30

0

30

0

30

2

34

VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS

 

 

 

 

 

 

341

Autofabrieken en assemblagebedrijven

 

 

 

 

 

 

341

- p.o. < 10.000 m2

100

10

200

30

200

4

341

- p.o. >= 10.000 m2

200

30

300

50

300

4

3420.1

Carrosseriefabrieken

100

10

200

30

200

4

3420.2

Aanhangwagen- en opleggerfabrieken

30

10

200

30

200

4

343

Auto-onderdelenfabrieken

30

10

100

30

100

3

35

VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)

 

 

 

 

 

 

351

Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:

 

 

 

 

 

 

351

- houten schepen

30

50

50

10

50

3

351

- kunststof schepen

100

50

100

50

100

3

351

- metalen schepen < 25 m

50

100

200

30

200

4

351

- metalen schepen >= 25m en/of proefdraaien motoren >= 1 MW

100

100

500

50

500

5

3511

Scheepssloperijen

100

200

700

100

700

5

352

Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:

 

 

 

 

 

 

352

- algemeen

50

30

100

30

100

3

352

- met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW

50

30

300

30

300

4

353

Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:

 

 

 

 

 

 

353

- zonder proefdraaien motoren

50

30

200

30

200

4

353

- met proefdraaien motoren

100

30

1000

100

1000

5

354

Rijwiel- en motorrijwielfabrieken

30

10

100

30

100

3

355

Transportmiddelenindustrie n.e.g.

30

30

100

30

100

3

36

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

 

 

 

 

 

 

361

Meubelfabrieken

50

50

100

30

100

3

362

Fabricage van munten, sieraden e.d.

30

10

10

10

30

2

363

Muziekinstrumentenfabrieken

30

10

30

10

30

2

364

Sportartikelenfabrieken

30

10

50

30

50

3

365

Speelgoedartikelenfabrieken

30

10

50

30

50

3

366

Vervaardiging van overige goederen n.e.g.

30

10

50

30

50

3

37

VOORBEREIDING TOT RECYCLING

 

 

 

 

 

 

371

Metaal- en autoschredders

30

100

500

30

500

5

372

Puinbrekerijen en -malerijen:

 

 

 

 

 

 

372

- v.c. < 100.000 t/j

30

100

300

10

300

4

372

- v.c. >= 100.000 t/j

30

200

700

10

700

5

372

Rubberregeneratiebedrijven

300

50

100

50

300

4

372

Afvalscheidingsinstallaties

200

200

300

50

300

4

45

BOUWNIJVERHEID

 

 

 

 

 

 

45

Bouwbedrijven en aannemersbedrijven met werkplaats

10

30

50

10

50

3

50

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS

 

 

 

 

 

 

501, 502, 504

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven

10

0

30

10

30

2

5020.4

Autoplaatwerkerijen

10

30

100

10

100

3

5020.4

Autobeklederijen

10

10

10

10

10

1

5020.4

Autospuitinrichtingen

50

30

30

30

50

3

5020.5

Autowasserijen

10

0

30

0

30

2

503, 504

Handel in auto- en motorfiets-onderdelen en -accessoires

0

0

30

10

30

2

505

Benzineservisestations:

 

 

 

 

 

 

505

- met LPG

30

0

30

100

100

3

505

- zonder LPG

30

0

30

30

30

2

51

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

 

 

 

 

 

 

511

Handelsbemiddeling (kantoren)

0

0

10

0

10

1

5121

Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders

30

30

30

30

30

2

5122

Grth in bloemen en planten

10

10

30

0

30

2