| Plan: | Breezand - Meerweg 63b |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | wijzigingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1911.BPBG2006wp014-va01 |
Paul Pennings Bloembollen B.V.en Zonen is een bloembollenteeltbedrijf, gevestigd aan de Meerweg 63b in Breezand. Op circa 55 hectare grond worden bloembollen en -knollen geteeld, die worden verwerkt en bewaard in moderne bedrijfsgebouwen aan de Meerweg. Het voornemen is de bestaande bedrijfsgebouwen uit te breiden.
In het geldende bestemmingsplan Buitengebied Anna Paulowna 1 van de gemeente Hollands Kroon is de locatie van de ontwikkeling voorzien van de bestemming 'Agrarische doeleinden II'. Een deel van de ontwikkeling ligt buiten het bouwvlak.
In het bestemmingsplan is voor de bestemming 'Agrarische doeleinden II' voor het vergroten van het bouwvlak een wijzigingsbevoegdheid opgenomen.
Met het voorliggende wijzigingsplan wordt aan de wijzigingsbevoegdheid om het bouwvlak te vergroten toepassing gegeven.
Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Hollands Kroon en ligt op circa 350 meter van het dorp Breezand. Het plangebied wordt ontsloten door de Meerweg. De Meerweg heeft aan weerszijden lintbebouwing en is één van de rechtstreekse ontsluitingswegen naar de Van Ewijcksvaart die op de provinciale weg N99 ontsluit. Het plangebied is weergegeven op figuur 1.1.
Figuur 1.1 Ligging plangebied
Bestemmingsplan Buitengebied Anna Paulowna 1
Het plangebied is planologisch geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied Anna Paulowna 1 van de gemeente Hollands Kroon dat is vastgesteld op 19 januari 2009 door de voormalige gemeente Anna Paulowna. De gronden hebben de enkelbestemming 'Agrarische doeleinden II'. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven. Op de verbeelding is het bouwvlak van Meerweg 63b aangegeven.
Voor het plangebied is verder de dubbelbestemming 'Invliegfunnel' van toepassing. Deze gronden zijn tevens bestemd voor invliegstrook voor de luchtvaart.
Figuur 1.2 Uitsnede uit bestemmingsplan 'Buitengebied Anna Paulowna 1' met het plangebied
Binnen de enkelbestemming 'Agrarische doeleinden II' is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen om onder voorwaarden het bouwvlak te vergroten tot ten hoogste 2 hectare. Dit wijzigingsplan geeft toepassing aan deze wijzigingsbevoegdheid. In paragraaf 2.3 wordt op de voorwaarden ingegaan.
Bestemmingsplan Parkeren en Wonen
Op 4 oktober 2018 is het bestemmingsplan Parkeren en Wonen vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn regels op het gebied van parkeren en de omschrijving 'Wonen' voor alle gemeentelijke bestemmingsplannen opgenomen.
Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode, welke door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld. Paragraaf 2.2.4 gaat hier nader op in.
Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormt de toelichting de onderbouwing voor het feitelijke wijzigingsplan, bestaande uit een verbeelding (plankaart) en regels. De opbouw van deze toelichting is als volgt:
Het plangebied bestaat uit een agrarisch perceel met bedrijfsgebouwen voor een bloembollenteeltbedrijf. Het bedrijf is verschillende keren uitgebreid. De meest recente uitbreidingen zijn van 2015 en 2018. In 2015 zijn nieuwe droog- en bewaarcellen en een ontsmettingsruimte bijgebouwd en in 2018 is een nieuwe verwerkingsruimte gebouwd en de droogcapaciteit vergroot.
In figuur 2.1 is de huidige situatie weergegeven van het plangebied.
Figuur 2.1 Plangebied met luchtfoto huidige situatie
Het bedrijf wordt ontsloten op de Meerweg. De foto in figuur 2.2 geeft de huidige situatie van het bedrijf weer vanaf de Meerweg, gezien vanuit het dorp Breezand.
Figuur 2.2 Huidige situatie vanaf de Meerweg (bron: Google maps)
Paul Pennings heeft in 2012 het ouderlijk bedrijf aan de Meerweg 63b overgenomen. Het teeltplan bestaat uit diverse bolgewassen, waaronder zantedescia's (calla), tulp, freesia, narcis, hyacint, muscari en enkele kleinere gewassen waardoor een ruime vruchtwisseling mogelijk is. Door een samenwerking met de internationale veredelaar Dümmen Orange heeft het bedrijf Paul Pennings Bloembollen (P-P-Blb) een groeispurt doorgemaakt, met name in het bolgewas calla. De calla heeft relatief veel ruimte nodig, aangezien dit bolgewas uit een grote knol bestaat die met wortels wordt opgeslagen. Hierdoor is bij P-P-Blb een groot tekort aan droogruimte en preparatiecellen ontstaan. De laatste jaren is dit probleem ondervangen door het huren van ruimte elders. Door de behoefte aan meer droogruimte en preparatiecellen en efficiëntie van de bedrijfsvoering wil Paul Pennings de bedrijfsgebouwen aan Meerweg 63b in Breezand uitbreiden. Deze vestiging bestaat reeds uit diverse hallen. Het bouwblok is 1,0 ha, maar door de uitbreiding van de activiteiten is behoefte aan een groter bouwblok.
Door de noodzaak voor meer bedrijfsruimte is het plan ontstaan om de bedrijfsgebouwen die gelegen zijn aan Meerweg 63b uit te breiden. De nieuwbouw zal worden gebruikt als droog- en bewaarruimte en heeft een totale oppervlakte van circa 1.700 m2. Dit gedeelte wordt gasloos aangelegd. In figuur 2.3 is de uitbreiding van de bedrijfsgebouwen weergegeven.
Figuur 2.3 Uitbreiding bedrijfsgebouwen
Anna Paulownapolder
Het plangebied bevindt zich in het westelijk deel van de Anna Paulownapolder. Deze polder ligt in het buitengebied en wordt grotendeels gekenmerkt door openheid met lange, rechthoekige kavels. Het landschapsbeeld wordt in sterke mate bepaald door lintbebouwingen langs de polderwegen. Veel erven zijn voorzien van enige erfbeplanting. De beplanting is grotendeels ondergeschikt aan de bebouwing in deze polder.
Bollenconcentratiegebied
Het plangebied is gelegen in een bollenconcentratiegebied. In een bollenproductiegebied is openheid noodzakelijk, vanwege de rol die wind speelt voor het microklimaat van het gewas. Bomen zijn in een dergelijk gebied ongewenst vanwege enerzijds het windbrekend effect en anderzijds de aantrekkende werking op insecten. Insecten kunnen schadelijk zijn voor het gewas (onder andere virusoverdracht). De bedrijfsgebouwen ten behoeve van de bollenteelt kenmerken de inrichting van het buitengebied. In paragraaf 3.2.2 wordt ingegaan op de ruimtelijke kwaliteiten van de Anna Paulownapolder, waarbij de openheid van het landschap als een kernkwaliteit wordt benoemd.
Bedrijfsbebouwing
De nieuw te ontwikkelen bedrijfsbebouwing wordt gerealiseerd achter de bestaande bedrijfsbebouwing. Hierbij wordt de lengterichting van de verkavelingsstructuur gevolgd. Op deze manier wordt de kenmerkende structuur van het landschap niet doorbroken. De achterzijde van het bedrijf wordt qua materiaal en vormgeving gelijk getrokken. Bovendien wordt gekozen voor bedekte kleuren voor de gevels en de daken, waardoor de bedrijfsgebouwen een minder prominente plek in het landschap innemen. Gezien het feit dat uitbreiding aan de achterzijde van het bedrijf plaatsvindt, wordt de situatie van de inrichting aan de Meerweg niet gewijzigd.
De bedrijfsbebouwing past in het karakter van dit gedeelte van de gemeente Hollands Kroon.
Verkeer
Met betrekking tot de vervoersbewegingen worden de kencijfers van CROW 381 gehanteerd vallend onder de categorie:
De verkeersgeneratie komt daarmee op 31 verkeersbewegingen per dag. De Meerweg is voldoende ruim opgezet voor de verkeersbewegingen van en naar de agrarische onderneming. De inrichting van de openbare ruimte wijzigt niet als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.
Parkeren
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon heeft op 27 februari 2018 de ‘Parkeerregels Hollands Kroon 2018’ vastgesteld. Hierin is bepaald dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met de parkeerbehoefte. De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de richtlijnen van het CROW (CROWkencijfers, publicatie 317 - kencijfers parkeren en verkeersgeneratie). Het parkeren vindt in de huidige situatie op het eigen terrein plaats. Voor de bedrijfsgebouwen is voldoende ruimte voor het parkeren. In de nieuwe situatie wordt de benodigde parkeerruimte niet gewijzigd, omdat de parkeerbehoefte niet toeneemt.
Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling niet in de weg.
Het bestaande bouwvlak aan Meerweg 63b is circa 0,65 hectare. Door de uitbreiding wordt het bouwvlak vergroot tot 1,2 hectare en blijft daarmee ruimschoots onder de 2 hectare. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden om het bouwvlak te vergroten.
In het bestemmingsplan Buitengebied Anna Paulowna 1 is in artikel 4.9 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waaraan met dit onderhavig plan toepassing gegeven wordt. De wijzigingsbevoegdheid is als volgt geformuleerd:
De breedte van het bouwvlak wordt niet gewijzigd en is reeds kleiner dan 125 meter.
In paragraaf 2.2.1 is reeds ingegaan op de noodzaak van de bedrijfsuitbreiding. Hier is aangegeven dat door groei van het bedrijf uitbreiding noodzakelijk is.
Voor de ontwikkeling heeft een ecologische quickscan plaatsgevonden. In paragraaf 4.7 wordt hier op ingegaan.
In paragraaf 4.5 wordt ingegaan op het aspect archeologie. In deze paragraaf wordt aangegeven dat het plangebied niet in een archeologisch waardevol gebied is gelegen. Archeologisch onderzoek hoeft hierdoor niet te worden uitgevoerd.
Ten behoeve van de planontwikkeling is door het uitvoeren van de watertoets het plan kenbaar gemaakt bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. In paragraaf 4.4 wordt ingegaan op het aspect water.
Uit het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan alle daarvoor geldende criteria. Er kan daarom gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid.
In het bestemmingsplan Anna Paulowna 1, dat op 19 januari 2009 is vastgesteld door de voormalige gemeente Anna Paulowna, is voor de gronden binnen het plangebied ruimte gelaten om binnen de bestemming 'Agrarische doeleinden II' het bouwvlak te vergroten van de agrarische bouwkavel tot 2 hectare. Deze planologische ruimte, die hier wordt benut, past binnen het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
Gezien het feit dat het bestemmingsplan reeds in 2009 is vastgesteld wordt er nog getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid dat betrekking heeft op deze ontwikkeling.
Met het vaststellen van de Omgevingsverordening NH2020 op 16 november 2020 is het provinciaal beleid gewijzigd. De Omgevingsverordening NH2020 stelt regels omtrent de provinciale hoofdbelangen.
Voor de ontwikkeling van het bedrijf zijn de volgende artikelen van toepassing:
Artikel 6.33 Agrarische bedrijven
1. Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied agrarische bedrijven voorzien in agrarische bedrijven, waarbij geldt dat:
Met dit wijzigingsplan wordt het bouwvlak vergroot ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijf. De uitbreiding wordt gesitueerd tegen de bestaande bebouwing, waardoor de bedrijfsbebouwing wordt geconcentreerd. De oppervlakte van het bouwvlak blijft met dit wijzigingsplan onder de 2 hectare.
Artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied
2. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie:
4. De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid.
In paragraaf 3.2.2 wordt ingegaan hoe bij de planontwikkeling rekening is gehouden met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 10 april 2018) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking.
Het plangebied is gelegen in het Ensemble Koegras - Anna Paulownapolder. Dit gebied is vooral in gebruik voor bollenteelt en akkerland. De drie provinciale kernwaarden van het ensemble zijn:
De Anna Paulownapolder is een productiepolder met in het westen vooral bollenteelt en in het oosten meer akker- en weideland. De polder heeft een heel eigen karakter door het contrast tussen de rechthoekige inrichting en de kronkelige wegen die de natuurlijke kreekruggen volgen. Het plangebied is gelegen in het westelijke gedeelte met veel bollenteelt. In de Anna Paulownapolder-west zijn de open ruimten tot blokken begrensd door de lintbebouwing. Ze zijn afwisselend van maat en vorm door de voormalige kreekstructuren. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een grote mate van openheid waarbij de open ruimten in Anna-Paulownapolder-west tot blokken zijn begrensd door de lintbebouwing. Binnen het ensemble is een aantal belangrijke ruimtelijke dragers, waarbij de polderlinten binnen de aandijkingen de dragers zijn voor de bebouwing zoals grote bollenbedrijven.
De ontwikkeling van het bloembollenteeltbedrijf past binnen de kernwaarden van het Ensemble Koegras-Anna Paulownapolder, vanwege het behoud van het landschapkarakteristiek, de openheid en het karakter van het gebied.
In de Leidraad is aangegeven dat Polder Koegras en de Anna Paulownapolder onderdeel zijn van het concentratiegebied voor de bollenteelt. Dit bollengebied is het grootste aaneengesloten bollenareaal ter wereld, met internationaal opererende bedrijven. Net als in andere agrarisch gebieden vindt in het ensemble schaalvergroting van de landbouw plaats. Deze schaalvergroting is ook van toepassing bij deze planontwikkeling.
Het aandijkingenlandschap is stapsgewijs ontstaan, in de loop van twee eeuwen. De opzet van de polders varieert onder andere in maat en schaal van de verkaveling en de ‘aankleding’. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij het herkenbaar houden/maken van de verschillen tussen aandijkingen. Het uitgangspunt binnen elk aandijkingenlandschap is de specifieke verkavelingsstructuur en de openheid. Voor de polder Koegras-noord en Anna Paulownapolder-west geldt dat het zicht vanaf de linten op het open landschap behouden moet blijven, waarbij terughoudend met erfbeplanting rond grote bedrijfsbebouwing in het bollengebied moet worden omgegaan.
In de Leidraad is aangegeven dat de lintbebouwing in de Anna Paulownapolder doorzichten heeft over sloten en ruime erven. Zie figuur 3.1.
Figuur 3.1 Ruimtelijke kwaliteit Anna Paulownapolder-west
Met de bedrijfsontwikkeling blijven de huidige doorzichten gehandhaafd.
Voor de gemeente Hollands Kroon is een omgevingsvisie opgesteld (vastgesteld 22 november 2016) en is reeds een aantal keer geactualiseerd. De omgevingsvisie is een integrale visie op het beleid van Hollands Kroon en de uitvoering ervan voor de periode tot 2030. Het betreft naast ruimtelijke ordening ook onderwerpen als veiligheid, economische en technologische ontwikkelingen, natuur, milieu en bereikbaarheid.
Voor de agrarische sector gelden de volgende uitgangspunten:
Hollands Kroon heeft de meeste landbouwbedrijven en het grootste agrarische grondgebruik in de provincie Noord-Holland. Vrijwel alle landbouwsectoren zijn in de gemeente te vinden. De gemeente staat voor ruimte om te ondernemen in de agrarische sector. Waarbij er uniforme regels gelden in de gehele gemeente en veel ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen.
De agrarische sector is de primaire functie in het buitengebied en deze is aan vele ontwikkelingen onderhevig. Aan de ene kant neemt door schaalvergroting de bedrijfsomvang toe, aan de andere kant richt een deel van de bedrijven zich op specialisatie of verbreding. Daarnaast zoeken bedrijven meer aansluiting bij maatschappelijke ontwikkelingen zoals biologische landbouw, zorg, recreatie et cetera. Voor deze ontwikkelingen is een economisch duurzaam bedrijf van belang. Ruimte om te ondernemen is cruciaal en een bouwperceel van voldoende omvang is daarbij noodzakelijk.
In de visie is aangegeven dat iedereen dezelfde bouwrechten heeft, tenzij er sprake is van een specifiek gebied. Hierbij gaat de gemeente uit van bouwblokken van twee hectare voor bestaande agrarische bouwblokken in nieuwe ruimtelijke plannen. Bij grotere bouwblokken is maatwerk noodzakelijk.
Toetsing
De verdere ontwikkeling van het bloembollenteeltbedrijf tot twee hectare sluit aan op deze ambitie van de gemeente Hollands Kroon.
Voor de ontwikkeling is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de relevante milieuaspecten (bodem, water, milieuzonering en externe veiligheid) en op andere sectorale regelgeving (bijvoorbeeld voor archeologie en cultuurhistorie, ecologie).
Toetsingskader
Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten, bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies.
De VNG-publicatie is bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Verder moet ook bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin mogelijk een (deels) feitelijk bestaande situatie wordt bestemd, worden onderzocht of het laten voortbestaan van een dergelijke situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen.
De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is:
“Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.“
De definitie van een gemengd gebied is:
“Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.“
In tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de richtafstanden voor de verschillende milieucategorieën.
Tabel 4.1 Richtafstanden per milieucategorie (t/m 3.2)
| Milieucategorie | Richtafstand | |
| Rustige woonwijk en rustig buitengebied | Gemengd gebied | |
| 1 | 10 m | 0 m |
| 2 | 30 m | 10 m |
| 3.1 | 50 m | 30 m |
| 3.2 | 100 m | 50 m |
Toetsing
Onderhavige inrichting is aan te merken als een bedrijf dat valt onder de activiteit 'bloembollen droog- en prepareerbedrijven' zoals weergegeven in lijst 1 'activiteiten' van bijlage 1 van de VNG-publicatie en valt daarmee onder milieucategorie 2. Er kan worden voldaan aan de voorgeschreven afstand tot omliggende functies. De grootste afstand die op basis van de VNG-publicatie tot omliggende functies moet worden aangehouden is 30 meter, uitgaande van het omgevingstype 'rustig buitengebied'. Verantwoordelijk voor deze afstand zijn de milieuaspecten geluid en geur. De geplande uitbreiding ligt op meer dan 100 meter afstand tot omliggende woonfuncties. De afstand van de bedrijfsgebouwen tot de dichtstbijzijnde woningen is daarmee voldoende om een goed woon- en leefklimaat te kunnen blijven garanderen.
Het aspect bedrijven en milieuzonering is daarmee geen belemmering voor het plan.
Toetsingskader
Het aspect geluid gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidzones van toepassing. Als er geluidgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen.
Toetsing
Het voorliggend wijzigingsplan heeft betrekking op een plangebied met daarbinnen de realisatie van bedrijfsgebouwen. Volgens de Wgh betreft deze ontwikkeling geen realisatie van als geluidgevoelig aan te merken bestemming c.q. functie. Er bestaat derhalve geen inspanningsverplichting voor het uitvoeren van akoestisch onderzoek.
De Wet geluidhinder staat de ontwikkeling van dit wijzigingsplan niet in de weg.
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
Toetsing
De uitbreiding bestaat uit een droog- en bewaarloods, waarin de verblijftijd ruim onder de norm van 2 uur per dag blijft. Hierdoor hoeft er geen bodemonderzoek plaats te vinden.
Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
Toetsingskader
Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Door middel van de watertoets wordt het plan kenbaar gemaakt bij het waterschap. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen.
Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die u op onze website kunt vinden (https://www.hhnk.nl/keur/).
Toetsing
Het plan is kenbaar gemaakt bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Uit de digitale watertoets blijkt dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de normale procedure moet worden gevolgd. Het concept wateradvies is opgenomen in bijlage 1. Naar aanleiding van de watertoets heeft het hoogheemraadschap een reactie gestuurd die is opgenomen in bijlage 2.
Algemeen
Het plangebied is gelegen in het peilgebied 2804-35 van de Anna Paulownapolder met een streefpeil van NAP -1,20 meter. Het gebied watert af middels een stelsel van secundaire- en primaire waterlopen naar het gemaal Wijdenes Spaans. Daar wordt het water via dit gemaal op de Amstelmeerboezem uitgeslagen.
Watercompensatie
De realisatie van het plan heeft een toename van verharding en bebouwing tot gevolg. Door deze toename aan verharding zal de neerslag versneld worden afgevoerd van het terrein. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 800 m² dient compenserende waterberging te worden gegraven. De uitbreiding betreft een oppervlak van circa 1.700 m2. Dit betekent dat compensatie in de vorm van waterberging of infiltratie noodzakelijk is om deze negatieve effecten op te heffen. Zonder compenserende maatregelen kan dit namelijk leiden tot ongewenste peilstijgingen en zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren. Om de effecten van de verhardingstoename te compenseren geeft het hoogheemraadschap aan dat het wateroppervlak in het peilgebied uitgebreid moet worden met 10% van de verhardingstoename. Een sloot ten zuiden van het plangebied zal worden verbreed om te voorzien in de watercompensatie. Zie figuur 4.1.
Figuur 4.1 Watercompensatie
Waterkwaliteit
De reactie van de digitale watertoets beslaat ook de waterkwaliteit. Het uitgangspunt van het hoogheemraadschap is dat huishoudelijk afvalwater en hemelwater van schone oppervlakken gescheiden worden. De uitbreiding van de bedrijfsgebouwen bestaat uit een extra ruimte ten behoeve van opslag en drogen van bloembollen. Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd via het huidige afvoersysteem. Het hemelwater wordt direct afgekoppeld naar de bestaande watergangen.
In het aanvullend advies wijst het hoogheemraadschap erop dat deze bedrijfsactiviteiten gebonden zijn aan de bepalingen van het Activiteitenbesluit. De ervaring van het hoogheemraadschap is dat door een goede inrichting van het erf veel waterkwaliteitsproblemen kunnen worden voorkomen. Het hoogheemraadschap heeft als bevoegd gezag ook een toezicht en handhavende taak voor agrarische activiteiten op het erf. Om het belang van een schoon erf te onderstrepen treedt het hoogheemraadschap graag met de initiatiefnemer in overleg over de inrichting van het erf. Een toetsing van de inrichting kan desinvesteringen, problemen met de waterkwaliteit en daaruit volgende boetes voor de toekomst wellicht voorkomen.
Bij het aanvullend advies wordt tevens informatie gegeven over vergunningen en ontheffingen.
Toetsingskader
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet. Dit geldt ook voor de verordeningen, wijzigingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is.
Toetsing
In het bestemmingsplan Buitengebied Anna Paulowna 1 zijn archeologisch waardevolle gebieden aangegeven. Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied, waardoor geen archeologisch onderzoek hoeft plaats te vinden.
Het aspect archeologie belemmert de uitvoering van de ontwikkeling niet.
Toetsingskader
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.
Toetsing
De provincie Noord-Holland geeft aan dat bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied rekening moet worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die gebaseerd zijn op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. In paragraaf 3.2.2 zijn de ambities en ontwikkelprincipes beschreven die van toepassing zijn voor de het gebied Koegras-Anna Paulownapolder waarin het plangebied is gelegen. In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen specifiek waardevolle cultuurhistorische waarden aanwezig, maar de structuren en kenmerken van het landschap zijn wel kenmerkend voor de polder. Met deze ruimtelijke structuur wordt rekening gehouden bij de landschappelijke inpassing, waarbij de verkavelingsstructuur blijft gehandhaafd. De geplande ontwikkeling heeft derhalve geen negatieve invloed op eventuele cultuurhistorische waarden.
Het aspect cultuurhistorie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
Toetsingskader
Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Gebiedsbescherming
De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:
Natura-2000 gebieden
De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn).
De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.
Soortenbescherming
In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb.
Toetsing
Gebiedsbescherming
Natura 2000-gebieden
Het plangebied maakt geen deel uit of ligt niet in een gebied dat beschermd is in het kader van de Wet natuurbescherming. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn de Waddenzee en de Duinen Den Helder - Callantsoog op respectievelijk 1,9 en 6,9 kilometer afstand. Gezien de afstand en de aard van de ingrepen is er geen sprake van directe aantasting, zoals effecten door geluid of optische verstoring van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Indirecte effecten door stikstofemissie in de aanlegfase en gebruiksfase zijn mogelijk wel aan de orde. Om aantoonbaar te maken of er wel of geen sprake is van stikstofdepositie in de gebruiksfase is een stikstofberekening uitgevoerd die is opgenomen in bijlage 3. De uitgangspunten die hierbij zijn gehanteerd zijn opgenomen in bijlage 4. Uit de berekening blijkt dat de stikstofemissie voor de gebruiksfase niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Voor de aanlegfase is geen berekening uitgevoerd, omdat per 1 juli 2021 de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking zijn getreden. Deze wet en het bijhorende besluit regelt een vrijstelling voor de vergunningsplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Dit is de vergunningplicht voor Wnb-projecten. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het plan op Natura-2000 gebieden. De Wsn en de Bsn regelt slechts indirect een vrijstelling voor de aanlegfase van Wnb-plannen en dus ook voor dit wijzigingsplan.
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt op een afstand van circa 1,7 en 2.1 kilometer van gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland, maar maakt er geen onderdeel van uit. Hierdoor is ruimtebeslag en directe aantasting van het Natuuurnetwerk Nederland op voorhand uitgesloten.
Soortenbescherming
Ten behoeve van de planontwikkeling is een ecologische quickscan uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn opgenomen in bijlage 4. Uit de quickscan blijkt dat er geen beschermde flora en fauna in het plangebied voorkomen.
Met betrekking tot het aspect ecologie is er geen bezwaar om de beoogde plannen uit te voeren. Te allen tijde dient wel rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht.
Toetsingskader
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. Rond deze planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones).
Toetsing
Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig.
Wel heeft het plangebied de dubbelbestemming 'invliegfunnel' vanwege de beperkingen vanuit het Maritiem Vliegkamp De Kooy. In een gebied rond het vliegkamp gelden hoogtebeperkingen voor bouwwerken in verband met het stijgen en landen van vliegtuigen. Het gaat hier om een absolute bouwhoogtebeperking. Ter plaatse van het plangebied is de hoogte van de invliegfunnel 95 tot 100 meter, waardoor de invliegfunnel niet tot beperkingen leidt binnen het plangebied.
Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, artikel 5.2 van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2-jaargemiddelde) en fijn stof (PM10-jaar- en daggemiddelde) van belang.
Toetsing
Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in de omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. In de omgeving van het plangebied zijn geen knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Ter plaatse van het plangebied geldt een gemiddelde concentratie van minder dan 10 ug/m3 voor stikstofdioxide (NO2). De grenswaarde voor stikstofdioxide bedraagt 40 µg/m3 (sinds 2015). Ter plaatse van het plangebied geldt een gemiddelde concentratie en minder dan 10 ug/m3 voor fijn stof (PM10). De grenswaarde voor fijnstof bedraagt 50 µg/m3.
Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Alleen bij een toename van enkele honderden verkeersbewegingen per dag wordt hier niet aan voldaan. De uitbreiding van het bedrijf zal nauwelijks leiden tot extra verkeersbewegingen, waardoor er geen sprake is van verslechtering van de luchtkwaliteit. Het plan wordt op dit punt uitvoerbaar geacht. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de streefwaarde.
Het aspect luchtkwaliteit staat de ontwikkeling van dit wijzigingsplan niet in de weg.
Toetsingskader
Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door:
Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico's voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico's gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Plaatsgebonden risico (PR): Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft.
Groepsrisico (GR): Dit is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting.
Verantwoordingsplicht
In het Bevi, Bevb en het Bevt is onder andere een verantwoordingsplicht GR opgenomen. Deze verantwoording houdt in dat in bepaalde gevallen planologische keuzes moeten worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag.
Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant:
Toetsing
In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen of buisleidingen aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op het plangebied. Ook de ontwikkeling is niet significant voor wat betreft externe veiligheid. De uitvoering van het plan wordt niet belemmerd door externe veiligheid-aspecten.
Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het plan
Het wijzigingsplan is opgesteld op basis van het bestemmingsplan Buitengebied Anna Paulowna 1. In artikel 8.1.2 Bro (Besluit ruimtelijke ordening) is een overgangsbepaling opgenomen dat er geen digitaliseringsverplichting is voor wijzigingsplannen waarvan het moederplan in ontwerp voor 1 januari 2010 ter inzage is gelegd. Gezien het feit dat het bestemmingsplan Buitengebied Anna Paulowna 1 op 19 januari 2009 is vastgesteld, wordt aan dit artikel toepassing gegeven.
Dit wijzigingsplan is opgesteld overeenkomstig het geldende plan. Het plan wordt wel digitaal gepubliceerd.
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
In de regels is alleen de relatie met het moederplan vastgelegd via een verwijzing naar de regels uit dat moederplan. In het plangebied is de bestemming ‘Agrarische doeleinden II’ van toepassing. Verder is de dubbelbestemming 'Invliegfunnel' van toepassing. Ter informatie zijn de regels van de betreffende bestemmingen uit het moederplan als respectievelijk bijlage 5 en 6 toegevoegd.
Bij het wijzigingsplan Breezand - Meerweg 63b hoort een verbeelding. Op deze verbeelding is het plangebied met de bestemming 'Agrarische doeleinden II' weergegeven. Daarnaast is de dubbelbestemming 'Invliegfunnel' en de aanduidingen met het bouwvlak en de hoogtebeperking invliegfunnel opgenomen.
Wettelijk bestaat de verplichting inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid.
Inspraak en overleg
In artikel 3.1.1 Bro is bepaald dat overleg gepleegd moet worden met besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
Zienswijze
Het wijzigingsplan heeft als ontwerp gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze zes weken is eenieder in de gelegenheid gesteld zijn/haar zienswijzen tegen het ontwerpwijzigingsplan kenbaar te maken. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Vaststelling
Het wijzigingsplan is vervolgens ongewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het wijzigingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
Voor de uitvoerbaarheid van dit plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van de plannen (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).
Financiële haalbaarheid
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een particulier initiatief waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De uitvoeringskosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor wordt dan een overeenkomst over planschade gesloten met de initiatiefnemer.
Hiermee is de economische haalbaarheid voldoende gewaarborgd en uitvoerbaar geacht.
Grondexploitatie
Bij bestemmingsplannen die bouwplannen mogelijk maken, is de grondexploitatieregeling uit de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. De vaststelling van een exploitatieplan bij dit bestemmingsplan is in principe verplicht. Via dit bestemmingsplan wordt geen bouwplan, zoals genoemd in het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk gemaakt. Bij dit bestemmingsplan is de vaststelling van een exploitatieplan niet nodig.