| Plan: | Risicocontour Koggenrandweg 4 Middenmeer |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1911.BPLG2009hz029-on01 |
Op het adres Koggenrandweg 4, Middenmeer bevindt zich een gasmeng-, reduceer- en compressorstation van de Gasunie transportservices B.V.. Het gasstation valt onder het Besluit Risico's Zware Ongevallen 2015 (BRZO'15) alsmede onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het bevoegd gezag op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor deze inrichting is het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Voor de gehele inrichting is in 2012 een milieuvergunning afgegeven (kenmerk: 210851/248525).
Het bevoegd gezag op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) ter plaatse van het gasstation is de gemeente Hollands Kroon. Het gasmeng-, reduceer- en compressorstation van de Gasunie transportservices B.V. heeft in het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Agriport 1" de bestemming "Bedrijf" en verschillende functieaanduidingen.
De risicocontour lag deels binnen het plangebied van het bestemmingsplan 'Agriport 1'. Aangezien er in de voorbereidingsfase van het bestemmingsplan tussen het RIVM, het ministerie van I & M en Gasunie een discussie liep over de te hanteren faalkansen is er, op verzoek van de Gasunie, evenwel geen (Bevi) veiligheidscontour opgenomen in het bestemmingsplan. Dit is verantwoord in bijlage 5 van de toelichting van het bestemmingsplan 'Agriport 1'.
Als gevolg van in 2015 gewijzigde rekenregels is er een grotere plaatsgebonden risicocontour ontstaan en wel zodanig dat er een strijdigheid met het Bevi ontstond. De strijdigheid is dat er zich binnen de risicocontour kwetsbare objecten kunnen vestigen conform het vigerende bestemmingsplan. Bij een strijdigheid met het Bevi ontstaat er ook een saneringssituatie. Bij een saneringssituatie moet het bestemmingsplan worden aangepast of moeten er maatregelen binnen het bedrijfsperceel van Gasunie worden genomen. Deze ingrepen moeten dusdanig zijn dat zich geen kwetsbare objecten meer kunnen vestigen binnen de PR=10-6 risicocontour. Aanpassing van het bestemmingsplan of het nemen van maatregelen bij Gasunie brengt de nodige kosten met zich mee.
Voor zowel de Gasunie als omliggende bedrijven is het van belang dat duidelijkheid en rechtszekerheid wordt verkregen over de status en ligging van de risicocontour. Door het vastleggen van een risicocontour in het bestemmingsplan wordt voorkomen dat deze gaat fluctueren/schuiven ten gevolge van gewijzigde rekenregels.
De risicocontour wordt op basis van de huidige rekenregels vastgelegd. Echter de rekenregels staan op zich los van het bestemmingsplan, evenals de uitkomst van de berekening. Mochten de rekenregels worden aangepast en de risicocontour buiten de contour in het bestemmingsplan komen liggen, dan is dat een signaal om in gesprek te gaan met het ministerie vanwege de consequenties.
Sinds 1 april 2020 zijn er nieuwe rekenregels van kracht. Op basis van deze rekenregels is er geen sprake meer van een saneringssituatie. Teneinde duidelijkheid te verschaffen wordt de huidige PR=10-6 risicocontour op de verbeelding van het bestemmingsplan vastgelegd. Het doel is om te voorkomen dat zich kwetsbare objecten binnen de risicocontour kunnen vestigen. Daarnaast is het doel om vast te leggen waar de risicocontour op basis van de huidige rekenregels ligt. Bij een ongunstige wijziging van de rekenregels vormt dit een signaal om met het ministerie in gesprek te gaan over de consequenties. In de regels wordt bepaald dat nieuwe kwetsbare objecten zich niet binnen de risicocontour mogen vestigen en dat de PR=10-6 risicocontour van Gasunie niet buiten de contour op de verbeelding mag komen.
Relevant is dat binnen de PR=10-6 risicocontour het bedrijfsperceel van kwekerij De Wieringermeer ligt (ook in de nieuwe situatie). Dit is een beperkt kwetsbaar object. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt geen saneringsplicht, ook al loopt de risicocontour over dit perceel. Het wordt toegestaan dat beperkt kwetsbare objecten zich vestigen binnen de PR risicocontour. De kwekerij is reeds jarenlang ingericht op paprikateelt. Er zijn geen signalen dat overgeschakeld wordt naar een ander type teelt. Planologisch gezien is dit overigens niet onmogelijk. Er zijn vormen van teelt, zoals aardbeien, die arbeidsintensiever zijn dan de teelt van paprika's. Zou daarvan sprake zijn dan is denkbaar dat het bedrijf niet meer aangemerkt wordt als een beperkt kwetsbaar object maar als een kwetsbaar object. Dit bestemmingsplan zorgt dan voor een verslechterde planologische situatie. Echter, het vastleggen van de bestaande veiligheidssituatie weegt zwaarder dan het in stand houden van de huidige planologische mogelijkheden.
Deze toelichting bestaat uit vijf hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 waarin de situering van het plangebied is opgenomen. In hoofdstuk 3 worden de uitvoeringsaspecten getoetst. Hoofdstuk 4 behandelt de procedurele aspecten Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische vormgeving van dit bestemmingsplan.
De Gasunie is gevestigd nabij het bedrijventerrein 'Agriport' aan de Koggenrandweg 4 te Middenmeer. Agriport is een belangrijke versterking van de regionale economie en werkgelegenheid en draagt bij aan verbetering van de woon- en werkbalans en behoud van het voorzieningenniveau.
Uitsnede bestemmingsplan 'Agriport 1' waarop de locatie van de inrichting is aangegeven. Bron: Ruimtelijke plannen
Voor de planlocatie zijn de volgende bestemmingsplannen van kracht.
| Bestemmingsplan | IMRO-Code |
vast- stelling |
| Agriport 1 | NL.IMRO.1911.BPagriport1-va01 | 20-09-2016 |
| Bestemmingsplan Parkeren en Wonen | NL.IMRO.0420.Parplanparkeren-VA01 | 19-09-2019 |
| Facetplan - Logies | NL.IMRO.1911.Bpfacetlg-va01 | 16-09-2021 |
| Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiele herziening | NL.IMRO.1911.BPLG2009hez01-VA01 | 06-11-2014 |
| Buitengebied Wieringermeer 2009 | NL.IMRO.0463.BPLG2009-va01 | 17-10-2011 |
Het externe veiligheidsbeleid is bedoeld om de risico’s voor de omgeving ten aanzien van handelingen met gevaarlijke stoffen te beperken en te beheersen. De wetgeving is gericht op het gebruiken, opslaan en productie van gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen, alsmede het transport van gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn de richtlijnen ten aanzien van inrichtingen opgenomen. Daarnaast zijn er richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In deze regelgeving is de verplichting opgenomen om in ruimtelijke plannen de ontwikkelingen te toetsen op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Externe veiligheid heeft dus betrekking op situaties waar gevaarzetting ontstaat door gevaarlijke stoffen, waardoor mensen gevaar lopen. Voorbeelden van risicobronnen en risicovolle activiteiten zijn: productie, gebruik of opslag en transport van gevaarlijke stoffen (LPG-tankstations en fabrieken, routes voor gevaarlijke stoffen, leidingen).
Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een onbeschermd individu overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit plaatsgebonden risico wordt vertaald naar een risicocontour rondom een risicobron (bijvoorbeeld een inrichting of een weg). De maatgevende grens is de 10-6 contour, dit is de kans van 1 op 1 miljoen dat een onbeschermd persoon omkomt per jaar.
Groepsrisico
Het groepsrisico is de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is bedoeld om een inschatting te maken ten aanzien van de maatschappelijke ontwrichting in het geval van een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt een oriëntatiewaarde in de verantwoording (dit betekent dat er gemotiveerd van mag worden afgeweken).
Elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied van een risicobron moet verantwoord worden. Hierbij moet ingegaan worden op de wijze waarop deze verandering in het groepsrisico is betrokken bij de besluitvorming. Tevens moeten kwalitatieve aspecten beoordeeld worden, zoals zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
Beperkt kwetsbaar objecten
Binnen het plangebied, aan de Koggerandweg 3 te Middenmeer, bevindt zich een als agrarisch bestemd bedrijf. Voorts is aan de Oostlanderweg 17 te Middenmeer, ten noorden van de bedrijfslocatie van Gasunie, Kwekerij De Wieringermeer gevestigd. Bij de kwekerij werken, afhankelijk van het seizoen, tussen de 120 en 220 mensen. De populatie verplaatst zich regelmatig door de kassen. Tot het personeel behoren geen minder zelfredzame personen. Alle kassen hebben aan twee kanten een ontsluiting om bij een ongeval te ontkomen. Positief bestemde, maar nog niet gerealiseerde beperkt kwetsbare objecten(ter plaatse van de kwekerij mogen binnen de 'veiligheidszone-bevi' gebouwd worden. De gevolgen voor de kwekerij als beperkt kwetsbaar object zijn dat de planologische mogelijkheden worden beperkt. De huidige bedrijfsvoering blijft evenwel ongemoeid.
Afweging
In het geval van de kwekerij gaat het om een bedrijfsgebouw waarin doorgaans geen grote aantallen personen aanwezig zijn, of voorzienbaar is dat deze in de toekomst aanwezig zullen zijn. De personendichtheid van kassen is 4 tot 6 personen per hectare. Het gaat derhalve om een grote oppervlakte waarop deze personen zich bevinden. Dit gecombineerd met het feit dat er geen sprake is van niet-zelfredzame personen en er goede tweezijdige vluchtvoorzieningen aanwezig zijn, houdt in dat er sprake is van een beperkt kwetsbaar object in de zin van het Bevi.
Ten aanzien van het aspect externe veiligheid treden er geen feitelijke wijzigingen op. Wel worden de planologische mogelijkheden beperkt. Hoewel het vanuit het oogpunt van externe veiligheid optimaal is om zowel kwetsbare als beperkt kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour uit te sluiten, is er in dit geval voor gekozen om alleen de vestiging van kwetsbare objecten uit te sluiten. Deze keuze is gemaakt omdat het huidige bestemmingsplan de mogelijkheden biedt om zowel kwetsbare als beperkt kwetsbare objecten te vestigen. Behoud van de bestaande gebruiksmogelijkheden als beperkt kwetsbaar object weegt zwaarder dan het creëren van de meest optimale situatie vanuit het oogpunt van veiligheid. Als het gebruik als beperkt kwetsbaar object verboden zou worden zou er feitelijk geen glastuinbouwbedrijf geëxploiteerd kunnen worden en zou de onderliggende bestemming illusoir zijn. Dat is een te zwaar effect. Daarnaast zou dit negatieve gevolgen hebben voor de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Door kwetsbare objecten uit te sluiten verbetert de veiligheidssituatie, zonder dat de feitelijke gebruiksmogelijkheden beperkt worden.
Het belang van verbetering van de veiligheidssituatie, door kwetsbare objecten uit te sluiten, weegt zwaarder dan behoud van de volledige planologische mogelijkheden van Kwekerij De Wieringermeer. Concreet verdwijnt de mogelijkheid om kwetsbare objecten te vestigen.
Met het voorliggende bestemmingsplan wordt geen bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt, zodat de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan niet geldt. Voor het opstellen van dit bestemmingsplan is een reservering opgenomen op de gemeentelijke begroting. Voor het overige zijn er aan de uitvoering van dit bestemmingsplan geen kosten verbonden voor de gemeente. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
De in paragraaf 1.3 geschetste aanpak is informeel besproken met vertegenwoordigers van Gasunie, de bedrijven op Agriport en de provincie Noord-Holland. Alle partijen zien dit als een werkbare oplossing voor de toekomst en kunnen instemmen met de aanpassing van het bestemmingsplan.
De procedures tot en met de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wet geregeld. Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
Het ontwerp-bestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen.
Een bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting.
Op de verbeelding worden de verschillende bestemmingen en aanduidingen gevisualiseerd. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan.
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken.
De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. De toelichting heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
Voor de planocatie en de directe omgeving worden de verbeelding en regels gewijzigd, respectievelijk aangevuld.
Het gaat hier om de consolidatie van een al bestaande risicocontour.
Het bestemmingsplan wordt opgesteld als een parapluplan. Dit houdt in dat aan de geldende bestemmingsplannen die samenvallen met de risicocontour de daarmee samenhangende bepalingen worden toegevoegd.
In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit:
De tekst hieronder bespreekt deze hoofdstukken puntsgewijs.
Artikel 1 Begrippen
In dit artikel worden de begrippen nader omschreven die gebruikt worden in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen.
Artikel 2 Reikwijdte
Dit artikel geeft de verhouding aan tussen dit Parapluplan en de vigerende bestemmingsplannen waarop het betrekking heeft. Dit houdt in dat het onderhavige bestemmingsplan de geldende bestemmingsplannen herziet voor wat betreft de begripsbepalingen van artikel 1.1 tot en met artikel 1.5 en door toevoeging van artikel 3 aan de regels van deze bestemmingsplannen. De overige regels van de vigerende bestemmingsplannen blijven onverminderd van toepassing.
Artikel 3 Algemene regels
Dit artikel bevat algemene aanduidingsregels ten behoeve van de risicocontour. Bevi-inrichtingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bevi'. Nieuwe kwetsbare objecten zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi'. Nieuwe beperkte kwetsbare objecten zijn evenmin toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi', met uitzondering van de herbouw van bestaande beperkt kwetsbare objecten op dezelfde locatie.
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het veranderen van de activiteiten van bestaande Bevi-inrichtingen, mits het bedrijf kan aantonen dat de PR=10-6 contour is gelegen binnen het bouwperceel van de betreffende Bevi-inrichting. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het veranderen van de activiteiten van nieuwe beperkte kwetsbare objecten, mits sprake is van gewichtige redenen en aangetoond wordt dat het PR ter plaatse niet meer dan 10-6 per jaar bedraagt. Het beperkt kwetsbare object of de uitbreiding daarvan dient in elk geval aantoonbaar noodzakelijk te zijn voor de bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf. Een omgevingsvergunning voor nieuwe beperkt kwetsbare objecten is niet nodig. Dat is bij recht mogelijk.
Het bevoegd gezag is bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op het verwijderen van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - bevi' en 'veiligheidszone - bevi' indien de betreffende Bevi-inrichting ter plaatse is opgeheven. Tevens is het bevoegd gezag bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op het verkleinen van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi' indien een verkleinde PR=10-6 contour is opgenomen in een omgevingsvergunning voor de betreffende Bevi-inrichting of door veranderingen in wet- en regelgeving de betreffende contour kleiner is geworden.
Tenslotte is het bevoegd gezag bevoegd het plan te wijzigen indien de wijziging betrekking heeft op het vergroten van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi'. Hierbij moeten de wijzigingen die leiden tot een grotere PR=10-6 contour aantoonbaar noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering van de Bevi-inrichting, het bedrijf moet kunnen aantonen dat er binnen de nieuwe PR=10-6 contour geen kwetsbare objecten aanwezig zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsplan tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Daarbij dient in de toelichting bij het wijzigingsbesluit het groepsrisico berekend te worden en vindt een verantwoording van de toename van de groepsrisico plaats. Nieuwe kwetsbare objecten zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - gascompressorstation'. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi', met uitzondering van de herbouw van bestaande beperkt kwetsbare objecten op dezelfde locatie.
Artikel 4 Slotregels
In de slotregel van het bestemmingsplan wordt aangegeven onder welke titel het bestemmingsplan wordt vastgelegd.