direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x Priggeweg 20 Zijdewind
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1911.TAMPriggewg20-on01

Regels

Preambule

Dit besluit is gericht op het mogelijk maken van het bewonen van het bijgebouw op de locatie Priggeweg 20 te Zijdewind. Dit besluit zorgt ervoor dat er een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22x) wordt opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Hollands Kroon. Om te zorgen dat dit besluit ook gelezen kan worden als een hoofdstuk in het omgevingsplan, gelden de volgende aanwijzingen:

  • De ‘hoofdstukken’ die zijn opgenomen in dit besluit moeten worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22x van het omgevingsplan van de gemeente Hollands Kroon.
  • In de kop van de artikelen in dit besluit moet steeds na het woord 'Artikel' (na de spatie en direct voor het artikelnummer) '22x.' gelezen worden.
  • In de kop van de bijlagen in dit besluit moet na het woord ‘Bijlage’ (na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage) ‘[22x]’ gelezen worden.
  • De maatvoeringsaanduidingen '(maximum bouwhoogte etc.)' in dit besluit moeten als omgevingsnormen gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 2 daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

2.1 aan-huis-verbonden beroep of bedrijf

een in Bijlage 1 genoemd dienstverlenend beroep of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

2.2 aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

2.3 afhankelijke woonruimte

een bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is;

2.4 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

2.5 bebouwingspercentage

de oppervlakte van de bebouwing binnen een bouwvlak, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak;

2.6 bedrijf

een onderneming waarin doorgaans met economisch oogmerk goederen worden vervaardigd, bewerkt, verwerkt, verhandeld en opgeslagen, danwel diensten worden verleend;

2.7 bed & breakfast

een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch recreatieve activiteit. Onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid;

2.8 bijgebouw

een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en door ligging, constructie en/of afmetingen daaraan ondergeschikt is;

2.9 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond;

2.10 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

2.11 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

2.12 dakoverstek

een dak over een ruimte bij een gebouw, welke ruimte niet zodanig door wanden is omgeven, dat deze ruimte als deel uitmakend van het gebouw is aan te merken;

2.13 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling voor verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

2.14 hoofdstuk

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x Priggeweg 20 Zijdewind ;

2.15 horecabedrijf

een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie;

2.16 huishouden

persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;

2.17 kampeermiddel

een mobiel en/of demontabel kampeermiddel en/of vast kampeermiddel dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

2.18 omgevingsplan

Omgevingsplan gemeente Hollands Kroon;

2.19 ondergeschikte detailhandel

detailhandelsactiviteiten die aan te merken zijn als rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van een niet-detailhandelsbedrijf en daaraan in bedrijfseconomisch en ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn;

2.20 overkapping

een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts met een wand is omgeven;

2.21 peil
  • a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
2.22 permanente bewoning

bewoning van een gebouw als hoofdverblijf;

2.23 seksinrichting

een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen is een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

2.24 tijdelijke huisvesting

huisvesten van personen voor de duur van ten minste 2 weken;

2.25 uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

2.26 voorgevel

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;

2.27 wonen

bewonen van een woning door één afzonderlijke huishouding;

2.28 woning

een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • 1. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Priggeweg 20 te Zijdewind, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1911.TAMPriggewg20-on01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
  • 2. Op de locatie, bedoeld in het eerste lid, zijn regels die zijn opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet (het voormalige bestemmingsplan) niet meer van toepassing.
  • 3. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

Voor toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:

4.1 de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van dakkapellen; daar waar aangekapt wordt aan het bestaande dakvlak wordt de goot niet als goothoogte gerekend;

4.2 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

4.3 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

Artikel 6 Wonen

6.1 Toepassingsbereik

Dit artikel bevat regels over het gebied Wonen.

6.2 Toegelaten gebruik - wonen

In het gebied Wonen mogen gronden worden gebruikt voor:

  • a. wonen, al dan niet in combinatie met:
    • 1. aan-huis-verbonden beroep of bedrijf;
    • 2. het hobbymatig gebruik voor bed & breakfast;
    • 3. het hobbymatig houden van vee (waaronder paarden),

met de daarbij behorende:

  • b. groenvoorzieningen;
  • c. openbare nutsvoorzieningen;
  • d. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen;
  • f. waterlopen en -partijen.

6.3 Toegelaten gebruik - beroep of bedrijf aan huis

Voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis gelden de volgende regels:

  • a. niet meer dan 1/3 van het totale oppervlak van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 75 m², mag voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf worden gebruikt;
  • b. er mogen alleen activiteiten worden uitgevoerd die niet in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen en die genoemd zijn in Bijlage 1, dan wel naar aard en invloed daarmee gelijk te stellen zijn;
  • c. er mag geen onevenredige hinder worden of kunnen worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu;
  • d. er mag geen onevenredige hinder worden of kunnen worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • e. het mag niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreffen die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk maken;
  • f. er mogen geen reclame-uitingen groter dan 0,5 m² bij of aan de woning worden geplaatst, er mag maximaal 1 reclame-uiting worden geplaatst en de reclame-uiting moet onverlicht zijn;
  • g. degene die het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf uitoefent, is tevens de gebruiker van de woning;
  • h. er mogen geen activiteiten ten aanzien van een horecabedrijf of een seksinrichting worden uitgeoefend;
  • i. er mag geen detailhandel plaatsvinden, anders dan ondergeschikte detailhandel;
  • j. er mag geen buitenopslag ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf plaatsvinden.

6.4 Toegelaten gebruik - hobbymatig gebruik voor bed & breakfast

Voor het hobbymatig gebruiken voor een bed & breakfast gelden de volgende regels:

  • a. er is maximaal voor 4 personen logeergelegenheid;
  • b. een eigen kookgelegenheid is niet toegestaan;
  • c. permanente bewoning is niet toegestaan;
  • d. er mag geen overwegende hinder worden of kunnen worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu;
  • e. er mag geen onevenredige hinder worden of kunnen worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • f. het mag niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreffen die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken;
  • g. het parkeren moet op eigen erf plaatsvinden.

6.5 Verboden gebruik

In het gebied Wonen is het volgende gebruik niet toegestaan:

  • a. het gebruik van bebouwing voor recreatieve bewoning, anders dan hobbymatig gebruik voor bed & breakfast als bedoeld in lid 6.4;
  • b. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
  • c. het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning;
  • d. het gebruik van bijbehorende bouwwerken als afhankelijke woonruimte.

6.6 Bouwregels hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. per bouwvlak is maximaal 1 woning toegestaan;
  • c. de maximale goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' is aangegeven;
  • d. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven.
6.7 Bouwregels bijbehorende bouwwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. bijbehorende bouwwerken dienen op ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a, mag een uitbouw voor de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. de diepte van de uitbouw mag ten hoogste 1,5 m bedragen;
    • 2. de breedte van de uitbouw mag ten hoogste 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedragen;
    • 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 150 m2;
  • d. het bebouwingspercentage op een bouwperceel mag ten hoogste 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bedragen;
  • e. de goothoogte van aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen mag ten hoogste 3 m bedragen dan wel de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd, voor zover het aan- en uitbouwen betreft, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte van aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen indien deze meer bedraagt;
  • f. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen mag ten hoogste 3 m bedragen;
  • g. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen, waarbij de bouwhoogte in ieder geval 1 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw;
  • h. een dakoverstek mag ten hoogste 0,5 m bedragen;
  • i. ondergronds bouwen is niet toegestaan.
6.8 Bouwregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van gebouwen mag niet meer dan 1 m bedragen;
  • b. de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 Verboden activiteiten

De volgende activiteiten zijn altijd verboden:

  • a. het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van seksinrichtingen;
  • b. het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van activiteiten met een externe veiligheidsrisico bedoeld in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
  • c. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen;
  • d. het gebruik van gronden en bebouwing voor de stalling en/of opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen;
  • e. het gebruiken dan wel laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij de parkeergelegenheid die is vereist en aangelegd op grond van artikel 9 niet in stand wordt gelaten;
  • f. het gebruiken, dan wel laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor tijdelijke huisvesting.

Artikel 9 Parkeren

9.1 Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken vanwege parkeren
  • a. In aanvulling van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning, als het bouwwerk, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, of het gebruik van dat bouwwerk, een behoefte aan parkeergelegenheid oproept, alleen verleend als in, op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.

  • b. Of er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de 'Parkeerregeling Hollands Kroon 2018'. Indien deze parkeerregeling wordt gewijzigd, wordt de gewijzigde parkeerregeling toegepast.

  • c. In afwijking van het bepaalde onder a wordt de omgevingsvergunning verleend als op het bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid zal worden voorzien, het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of strikte toepassing van de parkeerregeling leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd en naar het oordeel van het bevoegd gezag:
    • 1. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de parkeersituatie ter plaatse; en
    • 2. het bepaalde in de 'Parkeerregeling Hollands Kroon 2018' in acht wordt genomen. Indien deze parkeerregeling wordt gewijzigd, wordt de gewijzigde parkeerregeling toegepast.

9.2 Aanvullende aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken vanwege parkeren

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.1, onder c, wordt voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. motivering dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de parkeersituatie ter plaatse;
  • b. een opgave van de reden waarom er niet in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien of kan worden voorzien;
  • c. een opgave van het aantal parkeerplaatsen;
  • d. de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft;
  • e. de inrichting van parkeervoorzieningen op de gronden bedoeld onder d.

Artikel 10 Veiligheidszone - lpg

In het gebied Veiligheidszone - lpg geldt ten behoeve van het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties de volgende aanvullende regels:

  • a. in afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten mogen in of op deze gronden geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties worden gebouwd.

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht

Artikel 11 Overgangsrecht bouwwerken

  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, en afwijkt van dit hoofdstuk, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat bestemmingsplan.

Artikel 12 Overgangsrecht gebruik

  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

  • 2. Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat bestemmingsplan.