| Plan: | Inlussing station Meppel Noord |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0119.TAMInlussingNoord-TOB1 |
Preambule
Dit TAM-Omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Inlussing Meppel Noord en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Meppel. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Meppel.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c' gelezen worden.
In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22c' gelezen worden.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid.
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Inlussing Meppel Noord waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0119.TAMInlussingNoord-TOB1.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk van het omgevingsplan gelden de begripsbepalingen die, op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Omgevingsbesluit en Bijlage I bij de Omgevingsregeling. Daarnaast gelden de volgende begripsbepalingen bij de toepassing van dit hoofdstuk:
Het TAM-omgevingsplan 'Inlussing station Meppel Noord' van de gemeente Meppel.
Elk bouwwerk, dat voor een mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer wanden die tot de constructie behoren) omsloten ruimte vormt.
Elk bouwwerk, dat voor een mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer wanden die tot de constructie behoren) omsloten ruimte vormt.
Een plek waar een ondergrondse hoogspanningsverbinding boven de grond komt en naar een bovengrondse hoogspanningsverbinding wordt geleid.
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
Een put met een verbindingsgreep ter bescherming van de kabeluiteinden-, aftakkingen en/of verbindingen.
Een netwerk van ondergrondse kabels met een spanningsniveau van minimaal 10 kV en maximaal 20 kV die aansluiten op een transformatorstation en in beheer zijn bij een regionale netbeheerder, inclusief de bij de kabels behorende mantelbuizen en bijbehorende voorzieningen en datakabels.
Ondergrondse of bovengrondse leidingen met een spanningsniveau van 110 kV of hoger, inclusief bijbehorende masten, mantelbuizen en bijbehorende voorzieningen en datakabels.
Een bouwwerk waar hoogspanningsverbindingen op elkaar worden aangesloten, waar een middenspanningsnet wordt gekoppeld aan hoogspanningsverbindingen en waar elektrische energie wordt getransporteerd, verdeeld en getransformeerd.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
Een strook grond ter plaatse van en ter weerszijden van een hoogspanningsverbinding of middenspanningsnet die dient om de veiligheid, de bereikbaarheid en het ongestoord functioneren van de hoogspanningsverbinding of het middenspanningsnet te kunnen garanderen.
Een portaal welke geplaatst kan worden tussen de laatste hoogspanningsmast van een lijn en de onderdelen op een station of een opstijgpunt.
Een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
Een buis (omhulsel) die dient ter bescherming van één of meerdere kabels behorende tot een hoogspanningsverbinding of middenspanningsnet.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Bedrijf - Opstijgpunt'.
De voor 'Bedrijf - Opstijgpunt' aangewezen gronden zijn aangewezen voor:
met de daarbij behorende:
In afwijking van het bepaalde bij de andere functies mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd dan ten behoeve van de functie 'Bedrijf - Opstijgpunt'.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen ten behoeve van de hoofdfunctie 'Bedrijf - Opstijgpunt' worden gebouwd.
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Leiding - Hoogspanning'.
De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn - behalve voor de aldaar geldende functies - tevens aangewezen voor:
met de daarbij behorende:
In afwijking van het bepaalde bij de andere functies mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd dan ten behoeve van de nevenfunctie 'Leiding - Hoogspanning'.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen ten behoeve van de functie 'Leiding - Hoogspanning' worden gebouwd.
Voor regels met betrekking tot overige bouwwerken wordt verwezen naar artikel 22.36 van de bruidsschat (binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan).
Bij een omgevingsvergunning kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in artikel 4.3.1 om toe te staan dat bouwwerken worden gebouwd, welke toelaatbaar zijn op grond van het bepaalde in de andere functies.
De omgevingsvergunning als bedoeld in 4.3.4 onder a wordt alleen verleend als:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 4.2 bedoelde gronden de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, en werkzaamheden uit te voeren:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 is niet nodig voor werken, niet zijnde bouwwerken, en werkzaamheden, die:
De in artikel 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits:
Onder een gebruik strijdig met de aangewezen functies en (gebruiks-)activiteiten als bedoeld in Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten wordt in ieder geval verstaan:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde onder artikel 5.1.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.2.1 wordt alleen verleend als:
Op de gronden van dit plan waar de nevenfunctie Leiding - Hoogspanning is toegekend, blijven de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid onder g van de Invoeringswet Omgevingswet van toepassing, met inachtneming van de aanvullingen die in dit plan voor de gronden zijn opgenomen:
Op de gronden van dit plan waar de hoofdfunctie Bedrijf - Opstijgpunt is toegekend, blijven de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid onder g van de Invoeringswet Omgevingswet van toepassing, met inachtneming van de aanvullingen die in dit plan voor de gronden zijn opgenomen: