Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Buitengebied, Landgoed Noorderhoek
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0269.BG120-VG01

Artikel 7 Water

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 
  1. beken, sloten, vaarten, vijvers en daarmee gelijk te stellen waterlopen ten behoeve van de wateraanvoer en -afvoer; 
  2. bruggen, dammen en duikers;
  3. kaden, natuurlijke rietoevers en taluds;
  4. waterberging;
  5. waterhuishouding;
met daaraan ondergeschikt:
  1. beschoeiing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - beschoeiing';
  2. groenvoorzieningen;
  3. paden;
  4. recreatief medegebruik;
met de daarbij behorende: 
  1. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde;
  2. bouwwerken ten behoeve van de waterbeheersing;
  3. gemalen, sluizen, stuwen en zinkers.

7.2 Bouwregels

  1. In of op deze gronden mogen geen gebouwen of delen daarvan worden gebouwd.
  2. De bouwhoogte van van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,00 meter bedragen.

7.3 Nadere eisen

Het college kan nadere eisen stellen aan de afmetingen van de bebouwing en aan de plaats van de bebouwing, ten behoeve van:
  1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  2. de sociale veiligheid;
  3. de verkeersveiligheid.

7.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gronden als ligplaats en/of aanlegplaats voor vaartuigen en/of woonschepen, woonarken of casco's (caissons) die tot woonschip of woonark kun-nen worden omgebouwd;
  2. het gebruik van de gronden als standplaats voor één of meer kampeermiddelen;
  3. het gebruik van de gronden en van de daarop voorkomende bouwwerken ten behoeve van detailhandel; 
  4. het gebruik van de gronden en van de daarop voorkomende bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting of prostitutie; 
  5. het gebruik van de gronden en van de daarop voorkomende bouwwerken ten behoeve van niet-perceelgebonden handelsreclame;
  6. het gebruik van de gronden en van de daarop voorkomende bouwwerken voor de opslag en voor de stalling van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken rij-, vaar-, voer- en/of vliegtuigen; 
  7. het gebruik van de gronden voor de opslag van afbraak- en bouwmaterialen, bodemspecie, grond, puin en schroot; 
  8. het gebruik van de gronden voor het storten van afvalstoffen en van vuil; 
  9. het kennelijk ten verkoop opslaan en stallen van bruikbare en niet aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken rij-, vaar-, voer- en/of vliegtuigen.

7.5 Afwijken van de gebruiksregels

Het college kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7 lid 4, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.