Plan: | Begraafplaats "De Stuivenberg" |
---|---|
Status: | vastgesteld |
Plantype: | bestemmingsplan |
IMRO-idn: | NL.IMRO.0335.BPBegraafplaats-vg01 |
In het bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor:
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse artikelen worden besproken.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels.
In dit artikel worden begrippen verklaard die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen.
In artikel 2 wordt aangegeven hoe bepaalde maten dienen te worden berekend.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
De regels in verband met de bestemmingen kennen allen een gelijke opbouw (voor zover van toepassing). De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan.
De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. Met behulp van nadere eisen kunnen burgemeester en wethouders aanvullende voorwaarden stellen aan de plaats en afmeting van bebouwing als dat uit oogpunt van sociale veiligheid, verkeersveiligheid of een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld gewenst is.
Beschrijving van de bestemmingen:
De gronden aan de westzijde van het plangebied worden ingericht als (openbaar) groen. Hier mogen alleen beperkte bouwwerken worden opgericht. Een gedeelte van deze gronden is aangeduid ten behoeve van een parkeervoorziening. Hier is de overloopparkeergelegenheid gesitueerd.
De feitelijke begraafplaats, inclusief bijbehorende voorzieningen, is als 'Maatschappelijk - Begraafplaats' bestemd. Binnen deze bestemming zijn aanduidingen opgenomen voor de gronden voor crematie-as (urnenmuren en strooivelden), parkeervoorziening en bijbehorende voorzieningen (zoals beheerruimte). Gebouwen mogen, met uitzondering van keldergraven, alleen binnen een bouwvlak worden gebouwd. Het plan kent een bouwvlak voor de bijbehorende voorzieningen. Voor het overige zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegelaten.
De bermen van de bestaande aangrenzende wegen Blokland en Bovenkerkweg zijn onderdeel van het bestemmingsplan. De feitelijke wegen liggen buiten het plangebied, maar de direct aangrenzende gronden zijn wel onderdeel van het bestemmingsplan. Deze gronden hebben de bestemming Verkeer - Berm. Door deze gronden mee te nemen in het plan, wordt verzekerd dat de aansluiting van het plangebied op deze wegen kan worden gerealiseerd. De bestemming laat ook het gebruik als groen of water toe. Hoofdwegen en parkeervoorzieningen zijn niet toegestaan. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht.
Deze gronden zijn bestemd voor verkeer te water, water ten behoeve van de waterhuishouding, oeverstroken en bijbehorende voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen worden hieronder toegelicht.
De anti-dubbeltelbepaling, overeenkomstig artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening, is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Dit artikel regelt de verhouding tussen het bestemmingsplan en de voorschriften van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard.
Dit artikel regelt het strijdig gebruik.
In dit artikel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om een omgevingvergunning te verlenen om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.
In deze bepaling is vorm en inhoud gegeven aan de procedure die gehanteerd wordt bij het stellen van nadere eisen.
In dit artikel is bepaald dat als verwezen wordt naar andere wettelijke regelingen, de regeling wordt bedoeld, zoals deze luidt op het tijdstip van het ter inzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
In deze bepaling is vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht overeenkomstig artikel 3.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze bepaling omschrijft de titel van het plan.