In deze voorschriften wordt verstaan onder:
a. het plan:
Het bestemmingsplan met het identificatienummer NL.IMRO.1911BHVbgwihz015-va1 van de gemeente Hollands Kroon.
b. de plankaart:
de kaart met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen;
c. bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
d. bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
e. bestemmingsvlak:
een op de plankaart door bestemmingsgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangegeven met eenzelfde bestemming;
f. bestemmingsgrens:
een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens aanduidt van een bestemmingsvlak;
g. gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
h. hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een perceel door zijn gebruik, constructie of afmetingen als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;
i. bijgebouw:
een al dan niet aangebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;
j. bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw, op of bij een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;
k. grondgebonden agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat (nagenoeg) volledig is ingericht op de voortbrenging van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden of het fokken van vee door gebruik te maken van open grond of van glasopstallen met een hoogte van niet meer dan 1 meter, uitgezonderd stoeterijen;
l. detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
m. onderkomen:
een voor verblijf geschikt - al dan niet aan zijn bestemming onttrokken - voer-, vaar- of vliegtuig, ark, caravan of stacaravan, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken, als ook een tent;
n. peil:
- voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
- in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
o. straatmeubilair:
de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, reclamezuilen of -vitrines, gasregelkastjes, brandkranen, straatverlichtingspalen, bloembakken, zitbanken, urinoirs, parkeermeters, stadsplattegronden, verkeerszuilen, brievenbussen, richtingaanwijzers, bushalteaanduidingen, verkeerslichten, verkeerstekens, bewegwijzering, brandmelders, rijwielstandaards of rijwielklemmen, papierbakken;
p. archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden;
q. bestaand:
- bij bouwwerken: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp;
- bij gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het betreffende gebruiksverbod;
r. cultuurhistorische waarde:
de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied;
s. ecologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waar- neembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de betrekkingen tussen levende organismen onderling en hun omgeving;
t. extensieve recreatie:
die vormen van openluchtrecreatie waarbij men vooral het landschap of bepaalde aspecten daarvan sterk beleeft, zoals wandelen en fietsen, waarbij relatief weinig mensen aanwezig zijn per oppervlakte-eenheid en die plaatsvinden in een gebied zonder recreatievoorzieningen;
u. intensieve veehouderij:
een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door het houden, mesten of fokken van vee, nagenoeg zonder gebruik te maken van open grond;
v. kampeermiddelen:
tenten, tentwagens, kampeerauto's of caravans dan wel andere onderkomens of andere voertuigen of gedeelten daarvan, voorzover niet als bouwwerk aan te merken, die geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
w. landschappelijke waarde:
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur;
x. ligplaats:
de ruimte die door een woonschip, al dan niet met tussentijdse onder- brekingen, wordt ingenomen;
y. dagrecreatie:
een vorm van recreatie in de open lucht, waarbij er geen sprake is van overnachtingsmogelijkheden, georganiseerde sportbeoefening, dan wel het beoefenen van lawaaisporten;
z. natuurwetenschappelijke waarde:
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;
a1. stoeterij:
een bedrijf dat (nagenoeg) volledig is gericht op het fokken, verzorgen en/of trainen van paarden met uitzondering van het houden van een manege;
b1. manege:
een bedrijf dat (nagenoeg) volledig is gericht op het verzorgen, dresseren en trainen van paarden ten behoeve van de paardensport, in het bijzonder van de dressuur en de springsport;
c1. woonschip:
- elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot als hoofdbewoning geldend dag en/of nachtverblijf van één of meerdere personen;
- een vaar- of drijftuig, als bedoeld onder a. in opbouw;
- een casco dat tot vaar- of drijftuig, als bedoeld onder a. in aanbouw;
- de overblijfselen van een vaar- of drijftuig, als bedoeld onder a. tot en met c.;
- elk vaar- of drijftuig waarin of waarop bedrijfsmatige of soortgelijke activiteiten worden uitgeoefend of daartoe is ingericht;
d1. zomerhuis:
een gebouw dat dient als recreatieverblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;
e1. agrarisch aanverwant bedrijf:
een aan het agrarisch bedrijf verwant bedrijf gericht op de handel in agrarische producten, alsmede een bedrijf gericht op het verrichten van werkzaamheden voor de opslag, verwerking en/of het vervoer van goederen en/of levering van diensten uitsluitend of overwegend ten dienste van agrarische bedrijven;
f1. stacaravan:
een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen;
g1. boomgaard:
een perceel grond dat met vruchtbomen is beplant;
h1. bosbouw:
het onderhouden en/of het aanleggen van bossen ten behoeve van de houtproductie;
i1. horeca:
het bedrijfsmatig ter plaatse en/of elders verstrekken van ter plaatse dan wel elders te nuttigen dranken, maaltijden en/of kleine etenswaren en/of het verstrekken logies, dan wel het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie;
j1. bergbezinkbassin:
een voorziening bestemd voor het bergen van afvalwater en/of afscheiden van bezinkbare stoffen uit afvalwater;
k1. prostitutie:
het aanbieden van seksuele diensten tegen een materiële vergoeding;
l1. permanente bollenteelt:
de bedrijfsmatige teelt van bloembollen en/of de teelt van bolbloemen waarbij grond voor een grotere aaneengesloten periode dan zes maanden voor de bollenteelt wordt gebruikt;
m1. vollegronds tuinbouwbedrijf:
een bedrijf dat overwegend of uitsluitend gericht is op het telen van tuinbouwgewassen in de volle grond;
n1. bedrijfsmatige exploitatie:
het door middel van een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer en/of exploitatie dat in zomerhuizen, kampeermiddelen en stacaravans - permanent wisselende - (nacht) verblijfsmogelijkheden worden geboden.