| Plan: | Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0119.KolderveenseBB37-TOA1 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van locatie-ontwikkeling op de locatie Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22b]) van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22b] van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22b]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘[22b]’ gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk;
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen;
Het omgevingsplan van de gemeente Meppel;
omgevingsplanactiviteit bestaande uit:
De verbeelding van het TAM-omgevingsplan "Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen";
Een gebouw dat:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een dienstverlenend beroep, dat:
een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, niet zijnde het houden van dieren;
gebouwen en/of bouwwerken, die geen gebouw zijn.
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de binding met het bedrijfsgebouw of het bedrijfsperceel noodzakelijk is;
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of volgens de Woningwet.
bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
een niet voor zelfstandige bewoning bestemd gebouw dat:
een bouwwerk:
de bebouwde oppervlakte binnen een bouwvlak
een op de kaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak.
een aaneengesloten stuk grond waarop volgens dit plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.
een op de plankaart aangegeven vlak, waarbinnen het bouwen van gebouwen en bouwwerken is toegestaan;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die op de plaats van bestemming:
elk bouwwerk, geen gebouw zijnde.
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en gaafheid.
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
goederen bedrijfsmatig uitstallen en:
aan personen die:
een bouwwerk, dat geen gebouw is en dat dient als scheiding tussen 2 of meer erven of terreinen zoals muren, schuttingen en hekwerken of bouwwerken van vergelijkbare aard en vergelijkbare omvang.
een vakantiewoning voor recreatief gebruik die bedoeld is voor (grote) families of een daarmee naar hun aard gelijk te stellen soort groep zoals bijvoorbeeld:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte aan 1 of meer zijden met wanden omsloten ruimte vormt.
een gebouw dat in architectonisch opzicht als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.
een onderkomen dat helemaal of deels:
zoals tenten, tentwagens, kampeerauto's, caravans of een onderkomen of (voormalig) voertuig van vergelijkbare aard.
onderdelen van een agrarisch bedrijf, waarvan de gezamenlijke productieomvang een ondergeschikt (minder dan de helft) deel uitmaakt van de totale productieomvang van het bedrijf, met dien verstande dat de productieomvang van de neventakken/-activiteiten afzonderlijk in geen geval meer dan 70% van de minimale omvang van een zelfstandig volwaardig bedrijf in de desbetreffende bedrijfstak mag bedragen.
het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten voor het openbare nut zoals de winning en levering van gas, water en elektriciteit, telecommunicatie, radio en televisiesignalen, afvoer en verwerking van rioolwater of voorzieningen van vergelijkbare aard en vergelijkbare omvang.
het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard.
een bouwwerk dat een dak heeft, maar geen wanden.
bewoning van een ruimte als hoofdverblijf, waarbij door betrokkene(n) niet aannemelijk is of kan worden gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdverblijf wordt beschikt.
het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
de Staat van Bedrijfsactiviteiten die als bijlage bij deze regels onderdeel van de regels uitmaakt.
een kavel voor het plaatsen van woonwagens of kampeermiddelen, waarop al dan niet voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven of andere instellingen kunnen worden aangesloten.
bouwwerken en voorzieningen die ten behoeve van het verbeteren van de productie en arbeidsomstandigheden en ten behoeve van het matigen van weersinvloeden gedurende maximaal 4 maanden per jaar worden geplaatst ter ondersteuning van de vollegrondsgroenteteelt, boomteelt, fruitteelt, bloementeelt en/of sierteelt.
een gebouw dat:
het te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van agrarische producten aan particulieren, bij wijze van neventak van een agrarisch bedrijf, voor zover deze agrarische producten op het eigen bedrijf of in de regio zijn geteeld en hooguit op ambachtelijke wijze op het eigen bedrijf of in de regio zijn verwerkt of bewerkt.
een gevel aan de voorzijde van een gebouw, te bepalen op basis van onderstaande criteria in volgorde van belangrijkheid:
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
de hellingshoek tussen het dakvlak en het horizontale vlak.
tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenkant van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren.
de diepte van een gebouw, vanaf het peil omlaag tot aan de bovenzijde van de laagst gelegen vloer.
de oppervlakte gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de ruimte(n) omgeven.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van:
ondergeschikte bouwdelen als goten van dakkapellen niet meegerekend.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, met uitzondering van kleine bouwdelen zoals schoorstenen, antennes of bouwdelen van vergelijkbare aard.
boven peil tussen:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken (en/of het hart van de scheidingsmuren) neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwwerk.
de bebouwde oppervlakte binnen een bouwvlak gemeten aan de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen aan de buitenzijde van het bouwblok, bouwwerken-geen gebouw zijnde, erfverhardingen en tuinen meegerekend; landschappelijke inpassing, kuilvoerplaten, mestbassins, teeltondersteunende voorzieningen en sleufsilo's niet meegerekend;
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie 'Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0119.KolderveenseBB37-.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van hoofdstukken 2 en 3.
Als de regels uit paragraaf 22.5.2 een andere plek in de structuur van het omgevingsplan krijgen, blijven die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen.
Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Agrarisch met waarden - Cultuurhistorische waarden.
Een als Agrarisch met waarden - Cultuurhistorische waarden aangewezen locatie is aangewezen voor:
alsmede voor de volgende agrarische nevenfuncties:
alsmede voor de volgende niet-agrarische nevenfuncties:
en ook voor:
met de daarbij behorende:
Op de voor Agrarisch met waarden - Cultuurhistorische waarden aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de functie, waaronder en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan':
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als;
|
|
max. aantal per bouwvlak | max. oppervlak | max. goothoogte | max. bouwhoogte | dakhelling |
| bedrijfswoningen (inclusief aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken) | één | 250 m2 | 4,5 m | 12 m | 20º-70º * |
| overige gebouwen (niet zijnde kassen) en overkappingen | 4,5 m | 12 m | 20º-70º * | ||
| (voeder-, (kunst)mest)silo's | 12 m | ||||
| installaties voor bijvoorbeeld mestvergisting | 8 m | ||||
| erf- of terreinafscheidingen: - voor de voorgevelrooilijn - overige plaatsen |
- 1 m - 2 m |
||||
| overige bouwwerken | 3 m |
* Indien ten tijde van tervisielegging van het plan een lagere hellingshoek aanwezig is, geldt deze hellingshoek; voor aan-, uit- en bijbehorende bouwwerken en is ook een dakhelling van 0º toegestaan.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als;
|
|
max. oppervlak | max. goothoogte | max. bouwhoogte | dakhelling | |
| familievakantiewoning | 1000 m2 | 4,5 m | 12 m | 20º-70º | |
| overige gebouwen en overkappingen | 4,5 m | 12 m | 20º-70º | ||
| erf- of terreinafscheidingen: - voor de voorgevelrooilijn - overige plaatsen |
- 1 m - 2 m |
||||
| overige bouwwerken | 3 m | ||||
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - familievakantiewoning' wordt in ieder geval het gerekend:
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de in tabel 1 aangegeven werken of werkzaamheden aan te leggen of uit te voeren.
Tabel 1 Omgevingsvergunningvereisten
| werken of werkzaamheden | toelaatbaarheid | |
| ontginnen, ophogen, afgraven, bodemverhogen, egaliseren | ™ | |
| graven, vergroten, herprofileren of dempen van sloten of ander oppervlaktewater | ™ | |
| aanbrengen opgaande beplantingen (met uitzondering van erfbeplanting) | A | |
| omzetten van grasland in bouwland | ™ | |
| aanleg van verharde wandel- en fietspaden en overige verhardingen > 50 m² (niet zijnde kavelpaden) |
A | |
| aanleg van kavelpaden | ™ | |
| aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur | ™ | |
| het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm bij wijze van woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en afgraven dan wel ten behoeve van ontginnen of draineren | ™ | |
* Niet toelaatbaar
™ Zonder meer toelaatbaar
A Vereiste van omgevingsvergunning
Het in 7.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden:
De onder 7.5.1 bedoelde vergunning wordt verleend indien kan worden aangetoond dat de betrokken waarden niet onevenredig worden geschaad, gelet op:
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van:
Tot gebruik, strijdig met dit hoofdstuk, wordt in ieder geval gerekend:
Het overgangsrecht geldt maximaal 10 jaar na vaststelling van voorliggend plan.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld in artikel 10.3.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 10.3.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Sublid 10.3.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.