| Plan: | Chw bestemmingsplan 't Veen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0244.bpChwVeen-0003 |
In deze regels wordt verstaan onder:
het Chw bestemmingsplan 't Veen van de gemeente Hattem
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0244.bpChwVeen-0003 met de bijbehorende regels en bijlagen
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist
een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft
het beroepsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk - niet zijnde een aan huis verbonden beroep - waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en waarbij de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin blijft behouden
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is
een bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde
een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd
bedrijfsmatige activiteit, die qua aard en invloed op de omgeving past binnen een gemengd gebied met wonen, ook indien gevoelige objecten zijn gelegen:
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bestemd voor (het gezin of een daarmee gelijk te stellen samenlevingsvorm van) één persoon, wiens huisvesting daar, met het oog op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is
een strook grond ter plaatse van en aan weerszijden van de hoogspanningslijn of -kabel die dient om de veiligheid en het ongestoord functioneren van de leiding te kunnen garanderen
het gebruik van gronden of bouwwerken, waarvoor in het plan een omgevingsvergunning is vereist op grond van artikel 7c lid 14 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming
een op zich zelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist
de teelt van boomkwekerijgewassen, zoals laanbomen, klimplanten, rozen en buitenrozen, coniferen, sierheesters, kerstbomen, heidesoorten, bos en haagplantsoen. Hieronder niet begrepen de teelt van vruchtbomen tot een periode van maximaal 3 jaar en onderstammen met jaarlijks terugkerende opgaande teelt
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten
een grens van een bouwperceel
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond
grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden
een ten hoogste door twee wanden omsloten overdekte ruimte
iedere bovenbeëindiging van een gebouw
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit
het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting
een gebouw waarin de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk gericht is op het bieden van gelegenheid tot dansen op mechanische en/of levende muziek en het serveren van al dan niet alcoholhoudende dranken
de bouwlaag op de begane grond
tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en de bestemming deze inrichting niet verbiedt
een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouwkundig bestaande uit een 'lichte' constructie met een overwegende transparante uitstraling
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal
een vorm van grondgebonden landbouw, zoals beweiding in lage veebezetting en de
verbouw van graanproducten, met uitzondering van maïs, in hoofdzaak gericht op de
instandhouding en/of vergroting van de natuurwaarden en landschappelijke en cultuurhistorische waarden
een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, een vissteiger, een picknickplaats, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vorm
buitenruimte bij een woning waarbinnen de geluidbelasting door het zoneringsplichtige wegverkeer niet hoger is dan 53 dB voor het Lden
uitwendige scheidingscontructie van een woning (waaronder niet begrepen het dak) waar de geluidbelasting door het zoneringsplichtige wegverkeer lager is dan 48 dB voor het Lden
de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg
gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige objecten of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder
een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld;
een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen;
een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijbehorend bouwwerk verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd
een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die groter is dan de voorkeurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie en afmeting dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken
een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf
een gebouw dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen, al dan niet in combinatie met ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden
de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied
een overkapping zonder eigen wanden behorende bij een gebouw al dan niet gesitueerd tegen één gevel van dat gebouw
voorzieningen in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vergelijkbare voorzieningen, die een min of meer openbaar karakter hebben, met uitzondering van een seksinrichting
het door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens
aan een gebied toegekende waarde in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomend in dat gebied;
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen en zendmasten
detailhandel als activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de volgens het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De detailhandelsactiviteit is van zulke beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft
het in verband met een andere hoofdactiviteit op een perceel verstrekken van eten en drinken tegen betaling voor gebruik ter plaatse, in die mate dat duidelijk herkenbaar is dat die hoofdactiviteit de kernactiviteit is die op het perceel plaatsvindt en het verstrekken van dat eten en drinken alleen plaatsvindt als beperkt en ondergeschikt onderdeel van en voortvloeiende uit de hoofdactiviteit
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een eigen constructie met maximaal één wand
de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer
een grens van een bouwperceel
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding
een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van houtige en niet-houtige siergewassen, zoals bomen, heesters en vaste planten, onder meer bestemd voor tuinen en parken, of gericht op het voortbrengen van vruchtbomen, een en ander in de vorm van volle grondteelt dan wel containerteelt
een woning die deel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist
het document “De Veencirculator – beleidsregel afwegingskader initiatieven ’t Veen”, zoals dit document als beleidsregel door de raad overeenkomstig de bepaling onder 6 van de artikelonderdelen 25.3, 26.3 en 27.3 is vastgesteld, dan wel de opvolger daarvan
de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan de weg grenst, die als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel(-s)
de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder
een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning
een bedrijf dat is gericht op de vervaardiging of assemblage van vuurwerk of de (detail)handel in vuurwerk c.q. de opslag van vuurwerk, en/of de daarvoor benodigde stoffen
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden
Het welstandskader voor het plangebied van het Chw bestemmingsplan ’t Veen, zoals dit overeenkomstig artikelonderdeel 25.3, onderdeel 2, tweede volzin, 26.3, onderdeel 2, tweede volzin, en 27.3, onderdeel 2, tweede volzin, door de raad is vastgesteld, dan wel de opvolger daarvan.
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten
de bovenste ruimte in een gebouw onmiddellijk onder de kap
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurlijke waarde' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurlijke waarde' is aan een aantal regels gebonden.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken, met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurlijke waarde' is aan een aantal beperkingen gebonden.
De gronden en bouwwerken mogen niet:
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 3.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Bedrijf' is aan een aantal regels gebonden.
De binnen de bestemming 'Bedrijf' aanwezige bestaande bouwwerken mogen op dezelfde locatie worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen.
De voor 'Bedrijf - Opstijgpunt' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Bedrijf - Opstijgpunt' is aan een aantal regels gebonden.
Een gebouw ten behoeve van nutsvoorzieningen mag:
Voordat de gronden ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf - Opstijgpunt' ten behoeve van het opstijgpunt aan de westzijde van het plangebied van dit Chw bestemmingsplan in gebruik mogen worden genomen, dient het inpassingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 2 onder 2.1, te zijn uitgevoerd en in stand te worden gehouden.
De voor 'Bestaand' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbijbehorende:
De binnen de bestemming 'Bestaand' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaand gebruik.
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Bestaand' is aan een aantal regels gebonden.
De binnen de bestemming 'Bestaand' aanwezige bestaande bouwwerken mogen op dezelfde locatie worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Bestaand' is aan een aantal beperkingen gebonden.
De voor 'Bestaand Voorlopig' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbijbehorende:
De binnen de bestemming 'Bestaand Voorlopig' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaand gebruik.
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Bestaand Voorlopig' is aan een aantal regels gebonden.
De binnen de bestemming 'Bestaand Voorlopig' aanwezige bestaande bouwwerken mogen op dezelfde locatie worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Bestaand Voorlopig' is aan een aantal beperkingen gebonden.
De voorlopige bestemming is geldig tot de ter plaatse van de aanduiding 'datum bedrijfsbeëindiging' aangegeven datum.
De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Bos' is aan een aantal regels gebonden.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken, met de bestemming 'Bos' is aan een aantal beperkingen gebonden. De gronden en bouwwerken mogen niet worden gebruikt:
Voordat het bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuilstal' in gebruik mag worden genomen, dient het inpassingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 2 onder 2.2, te zijn uitgevoerd en in stand te worden gehouden.
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 8.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien door die andere werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de bosbouwkundige, landschappelijke en/of natuurlijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarde of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Groen' is aan een aantal regels gebonden.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Groen' is aan een aantal beperkingen gebonden.
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 9.3 voor de aanleg van (extra) parkeervoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - afwijkingsgebied parkeren'.
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien hierdoor geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan:
De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Kantoor' is aan een aantal regels gebonden.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' is aan een aantal regels gebonden.
Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - IKC' is het, om een toekomstig IKC op deze locatie niet onmogelijk te maken, niet toegestaan gebouwen te bouwen.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Maatschappelijk' is aan een aantal beperkingen gebonden.
De gronden en bouwwerken mogen niet:
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
waarbij gestreefd wordt naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het verkeer;
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Verkeer' is aan een aantal regels gebonden.
Een gebouw of overkapping mag:
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Verkeer' is aan een aantal beperkingen gebonden.
De gronden en bouwwerken mogen niet:
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Water' is aan een aantal regels gebonden.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Wonen - 1' is aan een aantal regels gebonden.
Een hoofdgebouw mag:
Voor een aanbouw, een uitbouw, een bijgebouw en een carport gelden de volgende regels:
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien hierdoor geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan:
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Wonen - 1' is aan een aantal beperkingen gebonden.
De gronden en bouwwerken mogen niet:
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien hierdoor geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan:
De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Wonen - 2' is aan een aantal regels gebonden.
Een hoofdgebouw mag:
Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mogen:
In afwijking van het bepaalde in sub a. tot en met g geldt, indien een kleinere afstand, een grotere oppervlakte, een groter percentage en/of een hogere goot- of bouwhoogte aanwezig is op het tijdstip van de terinzagelegging van het plan, deze afstand, deze oppervlakte, dit percentage en/of deze goot- of bouwhoogte als minimale afstand, maximale oppervlakte, maximaal percentage en/of maximale goot- of bouwhoogte.
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien hierdoor geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan:
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Wonen - 2' is aan een aantal beperkingen gebonden.
De gronden en bouwwerken mogen niet:
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien hierdoor geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan:
De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Wonen - 3' is aan een aantal regels gebonden.
Een hoofdgebouw mag:
Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mogen:
In afwijking van het bepaalde in sub a. tot en met h. geldt, indien een kleinere afstand, een grotere oppervlakte, een groter percentage en/of een hogere goot- of bouwhoogte aanwezig is op het tijdstip van de terinzagelegging van het plan, deze afstand, deze oppervlakte, dit percentage en/of deze goot- of bouwhoogte als minimale afstand, maximale oppervlakte, maximaal percentage en/of maximale goot- of bouwhoogte.
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien hierdoor geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan:
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Wonen - 3' is aan een aantal beperkingen gebonden.
De gronden en bouwwerken mogen niet:
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien hierdoor geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan:
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 16.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
De voor 'Wonen - Woongebouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Wonen - Woongebouw' is aan een aantal regels gebonden.
Een gebouw of overkapping mag:
een erf- en terreinafscheiding mag:
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
met de daarbijbehorende:
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 18.2 sub a. in die zin dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) toegestane gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd.
De in lid 18.3.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend voor zover uit overleg met en schriftelijk advies van de leidingbeheerder blijkt dat daartegen vanuit het oogpunt van de bescherming van de gasleiding geen bezwaar bestaat en in de belemmeringenstrook geen kwetsbare objecten worden toegestaan.
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 18.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, die:
De omgevingsvergunning zal slechts worden verleend, indien geen afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding en schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder.
De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
met de daarbij behorende:
In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 19.2 sub a. in die zin dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) toegestane gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits:
De in lid 19.3.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend, indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsverbinding.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Leiding - Hoogspanning' is aan een aantal beperkingen gebonden.
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen:
De vergunningplicht in lid 19.5.1 is niet van toepassing op een werk, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden die:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor:
met de daarbij behorende:
In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 20.2 sub a. in die zin dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde gebouwen of andere bouwwerken worden gebouwd, mits:
De in lid 20.3.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsverbinding.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' is aan een aantal beperkingen gebonden.
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen:
De vergunningplicht in lid 20.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden die:
Tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig kan worden geschaad.
Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding.
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding Voorlopig' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor:
met de daarbij behorende:
In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 21.2 sub a. in die zin dat de in de bestemming(en) genoemde gebouwen of andere bouwwerken worden gebouwd, mits:
De in lid 21.3.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsverbinding.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding Voorlopig' is aan een aantal beperkingen gebonden.
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen:
De vergunningplicht in lid 21.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden die:
Tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig kan worden geschaad.
Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding.
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
De voorlopige dubbelbestemming is geldig tot het moment dat de hoogspanningsverbinding is verwijderd ten behoeve van het ondergronds brengen ervan.
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en waarvoor dieper dan 0,50 m te rekenen van het maaiveld in de bodem zal worden geroerd, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin:
Indien uit het in lid 22.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen:
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 22.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.
Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin:
Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige op archeologisch gebied.
Indien uit het in lid 22.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning:
De voor 'Waterstaat' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd dan ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waterstaat'.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen ten behoeve van de dubbelbestemming ''Waterstaat worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waterstaat' geldt de volgende regel:
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 23.2.1 sub a. in die zin dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) toegestane gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Waterstaat' is aan een aantal beperkingen gebonden.
De gronden en bouwwerken mogen niet zodanig worden gebruikt dat een onevenredige afbreuk aan de waterstaatsbelangen als omschreven in lid 23.1 wordt gedaan.
Indien en voor zover deze gronden samenvallen met gronden, waarvoor in een andere bestemming een omgevingsvergunning vereist is voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, geldt dat de daarin genoemde werken of werkzaamheden, voor zover deze niet worden uitgevoerd ter realisering of instandhouding van de dubbelbestemming 'Waterstaat', uitsluitend toelaatbaar zijn, mits:
Indien en voor zover deze gronden samenvallen met gronden, waarvoor in een andere bestemming een omgevingsvergunning vereist is voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, geldt dat de daarin genoemde werken of werkzaamheden, voor zover deze worden uitgevoerd ter realisering of instandhouding van de dubbelbestemming 'Waterstaat', uitsluitend toelaatbaar zijn, mits door die werken of werkzaamheden, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan één of meer van de in lid 23.1 voor die gronden genoemde functies en waarden, met dien verstande dat geen omgevingsvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden met betrekking tot het aanbrengen van rivier- en kanaalverlichting, bebakeningvoorwerpen en waterstandsignalerende apparatuur.
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor
met de daarbijbehorende:
In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en), mogen op of in deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze dubbelbestemming.
Deze regel is niet van toepassing op bestaande gebouwen.
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 24.2.1 in die zin dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) toegestane bouwwerken worden gebouwd.
De in lid 24.3.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend:
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 24.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterkering.
Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Bosmilieu' zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit het bestaande of bestemde gebruik van gronden en bouwwerken te veranderen. Het gaat hier om wijziging van gebruik die niet al op grond van de regels van Hoofdstuk 2 is toegestaan. De regels in dit artikel zijn van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Bosmilieu'. Onder transformatie wordt ook verstaan de wijziging of intensivering van bestaand gebruik dat kan leiden tot een toename van de invloed op de omgeving.
1. Ambitie
Met het bestemmingsplan ’t Veen wordt beoogd om door bestemmingsplanactiviteiten in het gehele plangebied een gezonde, duurzame en vitale woonwijk te realiseren, waarin de in onderdeel 25.2 onder a bedoelde functies aanwezig zijn.
2. Uitgangspunten
Bij aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Bosmilieu dienen in het ontwerp voor die activiteit de stedebouwkundige indeling van de openbare ruimte, het daarbinnen te realiseren woonmilieu en overig voorziene gebruik van gronden in de openbare ruimte zoveel als mogelijk is aan te sluiten bij de bestaande hoofdlijnen van de stedebouwkundige indeling van die openbare ruimte. Bij aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het
plangebied in het Bosmilieu, dient in het bij die aanvraag behorende ontwerp voor die activiteit concreet te worden gemaakt op welke wijze en met welke middelen de met die activiteit te realiseren gebouwen zullen gaan voldoen aan het door de raad bij besluit vastgestelde Welstandskader ’t Veen, waarvoor in dat besluit wordt verwezen naar de Bijlage “Stap 3: Stedebouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteit (welstandskader)” die is opgenomen in de door de raad vastgestelde Beleidsregel De Veencirculator.
3. Algemene voorwaarden
3.1. Verdeling van te bouwen soorten woningen naar maatschappelijke behoefte
In het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit in het plangebied wordt binnen het geheel van de in het plangebied te bouwen woonruimte aantoonbaar bijgedragen aan:
3.2. Gebruik van duurzame energie in woningen
In het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Bosmilieu mag voor met die activiteit te realiseren gebouwen niet worden voorzien in gebruik van primair fossiele energie.
Daarnaast dient in het ontwerp voor die activiteit in het plangebied voor met die activiteit te realiseren gebouwen in het Bosmilieu te worden gestreefd naar gebruik van volledig hernieuwbare energie.
De aanvrager van de omgevingsvergunning voor die activiteit dient bij de aanvraag aan de gemeente toe te lichten welke concrete stappen aantoonbaar zijn genomen om in het ingediende ontwerp dit hiervoor bedoelde streven zo goed mogelijk te realiseren.
3.3. Aanpassing van watervoorziening en -gebruik in en nabij gebouwen
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Bosmilieu bevat, met het oog op de aanpassing van het woon- en leefmilieu aan de veranderingen in het klimaat, concrete maatregelen en concrete voorzieningen in en nabij gebouwen, die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de maatschappelijke behoefte aan water voor de verschillende maatschappelijke gebruiksdoelen, zowel in gebouwen als daarbuiten.
3.4. Verbetering van natuurinclusiviteit aan en nabij gebouwen
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Bosmilieu bevat, met het oog op het verbeteren van de diversiteit en kwaliteit van de natuur, tot dat doel aan en nabij gebouwen wenselijk geachte concrete maatregelen en concrete voorzieningen.
3.5. Inpassing mobiliteit in verbetering van leefmilieu
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Bosmilieu bevat rondom gebouwen concrete maatregelen en concrete voorzieningen ter stimulering van: langzaam verkeer, beschikbaarheid van alternatieven voor privé-autobezit en -gebruik, groene mobiliteit, en beperking van de invloed van gemotoriseerd verkeer op de leefomgeving.
3.6. Inpassing van zinvolle mogelijkheden voor recreatie in de openbare ruimte
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Bosmilieu geeft verder aan op welke gronden van de openbare ruimte en op welke wijze goed kan worden bijgedragen aan zinvolle mogelijkheden tot recreatie.
4. Toepassing van het bepaalde onder 2 en 3 met betrekking tot het Bosmilieu
Bij de toepassing van de hiervoor onder 2 bedoelde uitgangspunten en onder 3 bedoelde algemene voorwaarden op het Bosmilieu wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken van dit gebied, die het volgende inhouden.
Het Bosmilieu ligt in het noordelijk deel van het gebiedszone de Hattemerpoort, welke de robuuste ecologische verbindingszone vorm tussen de Veluwe en de IJssel. Het plangebied van het bestemmingsplan ’t Veen maakt hier deel uit van het bebouwde gebied van de Hattemerpoort.
5. Nadere algemene voorwaarden met betrekking tot het Bosmilieu
Met betrekking tot het ontwerpen van een bestemmingsplanactiviteit in het Bosmilieu gelden voorts de volgende nadere algemene voorwaarden:
6. Vaststelling beleidsregel door de raad
De raad stelt, met inachtneming van artikel 4:81, lid 2, Algemene wet bestuursrecht (Awb), bij besluit de Beleidsregel De Veencirculator vast. Deze bevoegdheid van de raad omvat ook de vaststelling van wijzigingen in genoemde beleidsregel. De Beleidsregel De Veencirculator is een beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, lid 4, Awb. Deze beleidsregel strekt ter uitvoering van de ambitie omschreven in dit artikelonderdeel 25.3, onder 1, en betreft de toepassing door het college van de in artikelonderdeel 25.3, onder 2-5, opgenomen ontwikkelregels ten behoeve van de beoordeling van en de beslissing op aanvragen voor een omgevingsvergunning, dit in verband met de uitleg van die ontwikkelregels en de bij de toepassing daarvan af te wegen belangen.
Een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit die strekt tot een gebruikswijziging in het gebied van het Bosmilieu, als bedoeld in artikelonderdeel 25.1, wordt verleend, indien de met die gebruikswijziging beoogde functie of functies verenigbaar is dan wel zijn met de reeds aanwezige functies in dat gebied, indien die gebruikswijziging ook verenigbaar is met de bepalingen opgenomen in artikelonderdeel 25.3, onder 1, 2, 3, 4, en 5, welke laatstbedoelde verenigbaarheid door het college wordt beoordeeld aan de hand van de door de raad vastgestelde Beleidsregel De Veencirculator, en indien de aanvraag daarnaast voldoet aan de navolgende beoordelingsregels:
De op grond van de overige regels in dit artikel toegelaten bouwwerken, ten behoeve van de nieuwe gebruiksactiviteit, mogen pas worden gebouwd indien:
Het bouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Bosmilieu' is aan een aantal regels gebonden.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor een aanbouw, een uitbouw, een bijgebouw en een carport gelden de volgende regels:
Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Dijkmilieu' zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit het bestaande of bestemde gebruik van gronden en bouwwerken te veranderen. Het gaat hier om wijziging van gebruik die niet al op grond van de regels van Hoofdstuk 2 is toegestaan. De regels in dit artikel zijn van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Dijkmilieu'. Onder transformatie wordt ook verstaan de wijziging of intensivering van bestaand gebruik dat kan leiden tot een toename van de invloed op de omgeving.
1. Ambitie
Met het bestemmingsplan ’t Veen wordt beoogd om door bestemmingsplanactiviteiten in het gehele plangebied een gezonde, duurzame en vitale woonwijk te realiseren, waarin de in onderdeel 26.2 onder a bedoelde functies aanwezig zijn.
2. Uitgangspunten
Bij aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Dijkmilieu dienen in het ontwerp voor die activiteit de stedebouwkundige indeling van de openbare ruimte, het daarbinnen te realiseren woonmilieu en overig voorziene gebruik van gronden in de openbare ruimte zoveel als mogelijk is aan te sluiten bij de bestaande hoofdlijnen van de stedebouwkundige indeling van die openbare ruimte. Bij aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Dijkmilieu, dient in het bij die aanvraag behorende ontwerp voor die activiteit concreet te worden gemaakt op welke wijze en met welke middelen de met die activiteit te realiseren gebouwen zullen gaan voldoen aan het door de raad bij besluit vastgestelde Welstandskader ’t Veen, waarvoor in dat raadsbesluit wordt verwezen naar de Bijlage “Stap 3: Stedebouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteit (welstandskader)” die is opgenomen in de door de raad vastgestelde Beleidsregel De Veencirculator.
3. Algemene voorwaarden
3.1. Verdeling van te bouwen soorten woningen naar maatschappelijke behoefte
In het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit in het plangebied wordt binnen het geheel van de in het plangebied te bouwen woonruimte aantoonbaar bijgedragen aan:
3.2. Gebruik van duurzame energie in woningen
In het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Dijkmilieu mag voor met die activiteit te realiseren gebouwen niet worden voorzien in gebruik van primair fossiele energie.
Daarnaast dient in het ontwerp voor die activiteit in het plangebied voor met die activiteit te realiseren gebouwen in het Dijkmilieu te worden gestreefd naar gebruik van volledig hernieuwbare energie.
De aanvrager van de omgevingsvergunning voor die activiteit dient bij de aanvraag aan de gemeente toe te lichten welke concrete stappen aantoonbaar zijn genomen om in het ingediende ontwerp dit hiervoor bedoelde streven zo goed mogelijk te realiseren.
3.3. Aanpassing van watervoorziening en -gebruik in en nabij gebouwen
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Dijkmilieu bevat, met het oog op de aanpassing van het woon- en leefmilieu aan de veranderingen in het klimaat, concrete maatregelen en concrete voorzieningen in en nabij gebouwen, die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de maatschappelijke behoefte aan water voor de verschillende maatschappelijke gebruiksdoelen, zowel in gebouwen als daarbuiten.
3.4. Verbetering van natuurinclusiviteit aan en nabij gebouwen
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Dijkmilieu bevat, met het oog op het verbeteren van de diversiteit en kwaliteit van de natuur, tot dat doel aan en nabij gebouwen wenselijk geachte concrete maatregelen en concrete voorzieningen.
3.5. Inpassing mobiliteit in verbetering van leefmilieu
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Dijkmilieu bevat rondom gebouwen concrete maatregelen en concrete voorzieningen ter stimulering van: langzaam verkeer, beschikbaarheid van alternatieven voor privé-autobezit en -gebruik, groene mobiliteit, en beperking van de invloed van gemotoriseerd verkeer op de leefomgeving.
3.6. Inpassing van zinvolle mogelijkheden voor recreatie in de openbare ruimte
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Dijkmilieu geeft verder aan op welke gronden van de openbare ruimte en op welke wijze goed kan worden bijgedragen aan zinvolle mogelijkheden tot recreatie.
4. Toepassing van het bepaalde onder 2 en 3 met betrekking tot het Dijkmilieu
Bij de toepassing van de hiervoor onder 2 bedoelde uitgangspunten en onder 3 bedoelde algemene voorwaarden op het Dijkmilieu wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken van dit gebied, die het volgende inhouden. Het Dijkmilieu wordt gekenmerkt door de nabijheid van de rivier de IJssel en door oplopende bebouwing in de glooiing van de dijk.
5. Nadere algemene voorwaarden met betrekking tot het Dijkmilieu
Met betrekking tot het ontwerpen van een bestemmingsplanactiviteit in het Dijkmilieu gelden voorts de volgende nadere algemene voorwaarden:
6. Vaststelling beleidsregel door de raad
De raad stelt, met inachtneming van artikel 4:81, lid 2, Algemene wet bestuursrecht (Awb), bij besluit de Beleidsregel De Veencirculator vast. Deze bevoegdheid van de raad omvat ook de vaststelling van wijzigingen in genoemde beleidsregel. De Beleidsregel De Veencirculator is een beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, lid 4, Awb. Deze beleidsregel strekt ter uitvoering van de ambitie omschreven in dit artikelonderdeel 26.3, onder 1, en betreft de toepassing door het college van de in artikelonderdeel 26.3, onder 2-5, opgenomen ontwikkelregels ten behoeve van de beoordeling van en de beslissing op aanvragen voor een omgevingsvergunning, dit in verband met de uitleg van die ontwikkelregels en de bij de toepassing daarvan af te wegen belangen.
Een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit die strekt tot een gebruikswijziging in het gebied van het Dijkmilieu, als bedoeld in artikelonderdeel 26.1, wordt verleend, indien de met die gebruikswijziging beoogde functie of functies verenigbaar is dan wel zijn met de reeds aanwezige functies in dat gebied, indien die gebruikswijziging ook verenigbaar is met de bepalingen opgenomen in artikelonderdeel 26.3, onder 1, 2, 3, 4, en 5, welke laatstbedoelde verenigbaarheid door het college wordt beoordeeld aan de hand van de door de raad vastgestelde Beleidsregel De Veencirculator, en indien de aanvraag daarnaast voldoet aan de navolgende beoordelingsregels:
De op grond van de overige regels in dit artikel toegelaten bouwwerken, ten behoeve van de nieuwe gebruiksactiviteit, mogen pas worden gebouwd indien:
Het bouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Dijkmilieu' is aan een aantal regels gebonden.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor een aanbouw, een uitbouw, een bijgebouw en een carport gelden de volgende regels:
Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Tuindorpmilieu' zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit het bestaande of bestemde gebruik van gronden en bouwwerken te veranderen. Het gaat hier om wijziging van gebruik die niet al op grond van de regels van Hoofdstuk 2 is toegestaan. De regels in dit artikel zijn van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Tuindorpmilieu'. Onder transformatie wordt ook verstaan de wijziging of intensivering van bestaand gebruik dat kan leiden tot een toename van de invloed op de omgeving.
1. Ambitie
Met het bestemmingsplan ’t Veen wordt beoogd om door bestemmingsplanactiviteiten in het gehele plangebied een gezonde, duurzame en vitale woonwijk te realiseren, waarin de in onderdeel 27.2 onder a bedoelde functies aanwezig zijn.
2. Uitgangspunt
Bij aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Tuindorpmilieu dienen in het ontwerp voor die activiteit de stedebouwkundige indeling van de openbare ruimte, het daarbinnen te realiseren woonmilieu en overig voorziene gebruik van gronden in de openbare ruimte zoveel als mogelijk is aan te sluiten bij de bestaande hoofdlijnen van de stedebouwkundige indeling van die openbare ruimte.
Bij aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Tuindorpmilieu, dient in het bij die aanvraag behorende ontwerp voor die activiteit concreet te worden gemaakt op welke wijze en met welke middelen de met die activiteit te realiseren gebouwen zullen gaan voldoen aan het door de raad bij besluit vastgestelde Welstandskader ’t Veen, waarvoor in dat raadsbesluit wordt verwezen naar de Bijlage “Stap 3: Stedebouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteit (welstandskader)” die is opgenomen in de door de raad vastgestelde Beleidsregel De Veencirculator.
3. Algemene voorwaarden
3.1. Onderverdeling van te bouwen soorten woningen
In het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit in het plangebied wordt binnen het geheel van de in het plangebied te bouwen woonruimte aantoonbaar bijgedragen aan:
3.2. Gebruik van duurzame energie in woningen
In het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Tuindorpmilieu mag in met die activiteit te realiseren gebouwen niet worden voorzien in gebruik van primair fossiele energie.
Daarnaast dient in het ontwerp voor die activiteit in het plangebied voor gebouwen in het Tuindorpmilieu te worden gestreefd naar gebruik van volledig hernieuwbare energie. De aanvrager van de omgevingsvergunning voor die activiteit dient bij de aanvraag aan de gemeente toe te lichten welke concrete stappen aantoonbaar zijn genomen om in het ingediende ontwerp dit hiervoor bedoelde streven zo goed mogelijk te realiseren.
3.3. Aanpassing van watervoorziening en -gebruik in en nabij gebouwen
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Tuindorpmilieu bevat, met het oog op de aanpassing van de woon- en leefmilieu aan de veranderingen in het klimaat, concrete maatregelen en concrete voorzieningen in en nabij gebouwen, die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de maatschappelijke behoefte aan water voor de verschillende maatschappelijke gebruiksdoelen, zowel in gebouwen als daarbuiten.
3.4. Verbetering van natuurinclusiviteit aan en nabij gebouwen
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Tuindorpmilieu bevat, met het oog op het verbeteren van de diversiteit en kwaliteit van de natuur, tot dat doel aan en nabij gebouwen wenselijk geachte concrete maatregelen en concrete voorzieningen.
3.5. Inpassing mobiliteit in verbetering van leefmilieu
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Tuindorpmilieu bevat rondom gebouwen concrete maatregelen en concrete voorzieningen ter stimulering van: langzaam verkeer, beschikbaarheid van alternatieven voor privé-autobezit en -gebruik, groene mobiliteit, en beperking van de invloed van gemotoriseerd verkeer op de leefomgeving.
3.6. Inpassing van zinvolle mogelijkheden voor recreatie in de openbare ruimte
Het ontwerp voor een bestemmingsplanactiviteit binnen het plangebied in het Tuindorpmilieu geeft verder aan op welke gronden van de openbare ruimte en op welke wijze goed kan worden bijgedragen aan zinvolle mogelijkheden tot recreatie.
4. Toepassing van het bepaalde onder 2 en 3 met betrekking tot het Tuindorpmilieu
Bij de toepassing van de hiervoor onder 2 bedoelde uitgangspunten en onder 3 bedoelde algemene voorwaarden op het Tuindorpmilieu dient rekening te worden gehouden met het beoogde soort woonbebouwing in dit gebied, die zal worden bepaald door een kenmerkende opbouw van een klassiek Tuindorp met een eigentijds groen en waterrijk karakter.
5. Nadere algemene voorwaarde met betrekking tot het Tuindorpmilieu
Het woongebied in het Tuindorpmilieu wordt door het combineren van de hiervoor onder 3 en 4 omschreven voorwaarden een toonbeeld van woningbouw waarin rekening zal zijn gehouden met klimaataangepastheid, duurzaamheid en natuurinclusiviteit.
6. Vaststelling beleidsregel door de raad
De raad stelt, met inachtneming van artikel 4:81, lid 2, Algemene wet bestuursrecht (Awb), bij besluit de Beleidsregel De Veencirculator vast. Deze bevoegdheid van de raad omvat ook de vaststelling van wijzigingen in genoemde beleidsregel. De Beleidsregel De Veencirculator is een beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, lid 4, Awb. Deze beleidsregel strekt ter uitvoering van de ambitie omschreven in dit artikelonderdeel 27.3, onder 1, en betreft de toepassing door het college van de in artikelonderdeel 27.3, onder 2-5, opgenomen ontwikkelregels ten behoeve van de beoordeling van en de beslissing op aanvragen voor een omgevingsvergunning, dit in verband met de uitleg van die ontwikkelregels en de bij de toepassing daarvan af te wegen belangen.
Een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit die strekt tot een gebruikswijziging in het gebied van het Tuindorpmilieu, als bedoeld in artikelonderdeel 27.1, wordt verleend indien de met die gebruikswijziging beoogde functie of functies verenigbaar is dan wel zijn met de reeds aanwezige functies in dat gebied, indien die gebruikswijziging ook verenigbaar is met de bepalingen opgenomen in artikelonderdeel 27.3, onder 1, 2, 3, 4, en 5, welke laatstbedoelde verenigbaarheid door het college wordt beoordeeld aan de hand van de door de raad vastgestelde Beleidsregel De Veencirculator, en indien de aanvraag daarnaast voldoet aan de navolgende beoordelingsregels:
De op grond van de overige regels in dit artikel toegelaten bouwwerken, ten behoeve van de nieuwe gebruiksactiviteit, mogen pas worden gebouwd indien:
Het bouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Tuindorpmilieu' is aan een aantal regels gebonden.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor een aanbouw, een uitbouw, een bijgebouw en een carport gelden de volgende regels:
Deze 'kleinere' ontwikkelvelden liggen allemaal in de woonsfeer Tuindorpmilieu. Gezien de omvang van de ontwikkelvelden dient de woonsfeer Tuindorpmilieu voor deze ontwikkelvelden gezien te worden als het vertrekpunt voor de ontwikkeling van die gebieden, maar is meer relevant dat het stedenbouwkundig ontwerp voor deze gebieden zich op een goede manier dient te voegen in zijn directe omgeving op basis van de voorwaarden uit De Veencirculator - beleidsregel afwegingskader initiatieven ’t Veen. De in de regels in sub i, j, k en l aangegeven voorwaarden zijn niet van toepassing op de kleinere ontwikkelvelden zoals opgenomen in deze regel. In Bijlage 4 is de ligging van deze ontwikkelvelden weergegeven.
Welke minimale en maximale VON-prijzen en minimale en maximale prijssegmenten behoren bij de verschillende woningtypen wordt beoordeeld aan de hand van beleidsregels. Deze staan beschreven in De Veencirculator - beleidsregel afwegingskader initiatieven ’t Veen.
Welke vierkante meterprijzen per m2 bruto oppervlak behoren bij de verschillende niet-woonfuncties wordt beoordeeld aan de hand van beleidsregels. Deze staan beschreven in De Veencirculator - beleidsregel afwegingskader initiatieven ’t Veen.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De bouwgrenzen mogen, in afwijking van dit bestemmingsplan, uitsluitend worden overschreden door:
Bij toepassing van het bepaalde in het plan ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken, worden afwijkingen ten gevolge van meetverschillen buiten beschouwing gelaten, mits dat meetverschil, mede gelet op de aard en omvang van hierdoor toegelaten of toe te laten (bouw)werken of werkzaamheden, als van zeer beperkte betekenis moet worden aangemerkt.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken is aan een aantal beperkingen gebonden.
De gronden en bouwwerken mogen niet:
| 07.00 - 19.00 uur | 19.00 - 23.00 uur | 23.00 - 7.00 uur | |||
| LAr,LT | 35 dB(A) | 30 dB(A) | 25 dB(A) | ||
| LAmax | 55 dB(A) | 50 dB(A) | 45 dB(A) | ||
De opgenomen grenswaarden zijn alleen van toepassing op geluidgevoelige gebouwen
In afwijking van het bepaalde in de ter plaatse voorkomende bestemming(en) mogen op of in deze gronden geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd.
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
In afwijking van het bepaalde in de ter plaatse voorkomende bestemming(en) mogen op of in deze gronden geen kwetsbare objecten worden gebouwd.
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 34.1 kan slechts worden verleend indien hierdoor geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan:
Voor zover in hoofdstuk 3 geen specifieke parkeernormen zijn opgenomen, dient bij het wijzigen van het bestaande gebruik en/of het bouwen op grond van de regels in Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3 voldaan te worden aan de volgende regels:
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het Chw bestemmingsplan 't Veen van de gemeente Hattem.